Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Werkwijze

Onderdeel van Verordening Ouderenparticipatie

1.. Verzoeken om advies kunnen door Burgemeester en Wethouders zowel schriftelijk als mondeling tijdens het overleg met de Seniorenraad worden voorgelegd. 2.. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het advies een wezenlijke invloed kan hebben op de beleidsontwikkeling c.q. het te nemen besluit. 3.. In het geval van een gevraagd advies wordt door het aanvragende orgaan bij de adviesaanvraag aangegeven binnen welke termijn het advies van de Seniorenraad tegemoetwordt gezien. Als de Seniorenraad kan aantonen dat een advies niet binnen de betreffendeperiode kan worden uitgebracht, zal door het aanvragende orgaan worden bezien in hoeverre het mogelijk is de adviestermijn te verruimen. 4.. Indien het belang van de zaak daartoe aanleiding geeft, vindt bij de adviesaanvraag mondeling overleg plaats met de gemeente. 5.. In het desbetreffende besluit van Burgemeester en Wethouders wordt het advies van de Seniorenraad meegewogen. Bij de vaststelling van het besluit zal worden aangegeven opwelke wijze rekening is gehouden met het advies. In het geval van besluitvorming eenbevoegdheid is van de Gemeenteraad, wordt tegelijk met het indienen van hetCollegevoorstel het advies van de Seniorenraad ter kennis gebracht van de Gemeenteraad. 6.. Van een door de Gemeenteraad aan de Seniorenraad gevraagd advies wordt een afschriftgezonden aan het College van Burgemeester en Wethouders. Alvorens de Gemeenteraad eenbesluit neemt naar aanleiding van een aan de Raad gericht (gevraagd of ongevraagd) adviesvan de Seniorenraad, wordt het College in de gelegenheid gesteld het gevoelen ten aanzienvan dat advies kenbaar te maken aan de Gemeenteraad. 7.. Burgemeester en Wethouders rapporteren binnen vier weken na de besluitvormingschriftelijk aan de Seniorenraad over de wijze waarop het advies van die Seniorenraad is verwerkt in de gemeentelijke besluitvorming. 8.. Het bepaalde in de leden 5 en 7 geldt ook voor ongevraagde adviezen van de Seniorenraad. 9.. Besluiten worden door de Seniorenraad genomen met gewone meerderheid van stemmen. 10.. De vergaderingen van de Seniorenraad zijn in principe openbaar. De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de Seniorenraad of één van de aanwezige leden het nodigoordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet. Indien de Seniorenraadvervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn, die zich tegen openbaarheid vande zitting verzetten, vindt zitting plaats met gesloten deuren. 11.. De Seniorenraad kan een huishoudelijk reglement opstellen voor zaken de werkwijzebetreffende, die niet in deze verordening zijn geregeld. 12.. Tussen de portefeuillehouder ouderenbeleid en de Seniorenraad vindt minimaal twee maal per jaar overleg plaats.

Rechtspraak bij dit artikel