**1..** De machtiging tot uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 4 berust bij het dagelijks bestuur.
**2..** Het dagelijks bestuur kan op zijn beurt de directeur en de directieraad machtigen de bevoegdheden uit te voeren.
**3..** Het algemeen bestuur kan besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen indien dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.