Naar hoofdinhoud
1.. Het bestuur van het openbaar lichaam is gemachtigd om de bevoegdheden, die de deelnemers hebben op grond van de hierna genoemde wetten dan wel wetsartikelen, uit te voeren: Participatiewet; Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; Artikel 1.13 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; Algemene wet bestuursrecht; Wet openbaarheid van bestuur; Verordening Maatschappelijke Participatie Kinderen MVS 2015; art. 15 lid 1 Archiefwet 1995; art. 8 Archiefbesluit 1995; art. 9 Archiefbesluit 1995. 2.. De deelnemer kan bij afzonderlijk besluit, en met inachtneming van artikel 3 van deze regeling, afzonderlijk bevoegdheden aan het bestuur van het openbaar lichaam gemandateerd. 3.. Aan het afzonderlijke mandaat moet vooraf toestemming door het dagelijks bestuur worden verleend. 4.. De niet mandaterende deelnemer wordt over het afzonderlijke mandaat geïnformeerd. 5.. Aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam kan de bevoegdheid gemandateerd worden om beleidsregels vast te stellen. 6.. Aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam is de bevoegdheid overgedragen om de Wet Sociale Werkvoorziening uit te voeren. 7.. Het bestuur van het openbaar lichaam is eveneens gemachtigd de krachtens voornoemde wetten vastgestelde verordeningen en regels uit te voeren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel