**1..** Aan het bestuur van het openbaar lichaam worden de bevoegdheden die de deelnemers hebben op grond van de hierna genoemde wetten dan wel wetsartikelen gedelegeerd:
Participatiewet;
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en artikel 1:432a BW;
Artikel 1.13 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;
[vervallen]
[vervallen]
Verordening Maatschappelijke Participatie Kinderen MVS 2015;
[vervallen]
[vervallen]
[vervallen]
Wet Inburgering 2021;
Wet sociale werkvoorziening.
**2..** De deelnemer kan bij afzonderlijk besluit, en met inachtneming van artikel 3 van deze regeling, afzonderlijk bevoegdheden aan het bestuur van het openbaar lichaam gemandateerd.
**3..** Aan het afzonderlijke mandaat moet vooraf toestemming door het dagelijks bestuur worden verleend.
**4..** De niet mandaterende deelnemer wordt over het afzonderlijke mandaat geïnformeerd.
**5..** [vervallen]
**6..** [vervallen]
** 7..** Het bestuur van het openbaar lichaam is eveneens gemachtigd de krachtens voornoemde wetten vastgestelde verordeningen en regels uit te voeren.
** 8. .** Alle opvolgende en in de plaats tredende wet- en regelgeving waarbij de inhoud van de in dit artikel genoemde bevoegdheden niet wijzigt, is van overeenkomstige toepassing.
** 9. .** Besluiten van het bestuur van het openbaar lichaam zijn niet vatbaar voor het geven van zienswijzen door de raden van de deelnemende gemeenten, met uitzondering van besluiten tot het vaststellen of wijzigen van de begroting als bedoeld in artikel 35 Wet gemeenschappelijke regelingen en besluiten als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk II
Artikel 4