Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3

Verhogingen norm alleenstaande of alleenstaande ouder

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen

1.. De norm voor een alleenstaande of alleenstaande ouder wordt verhoogd met een toeslag van 20 procent van het netto minimumloon, indien in zijn woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, mits zijn noodzakelijke bestaanskosten niet op andere wijze kunnen worden gedeeld. 2.. De norm voor een alleenstaande of alleenstaande ouder wordt verhoogd met een toeslag van 10 procent van het netto minimumloon indien het eerste lid van dit artikel niet op hem van toepassing is. 3.. Geen toeslag op grond van dit artikel wordt verleend aan de alleenstaande of de alleenstaande ouder in wiens woning twee of meer anderen hun hoofdverblijf hebben. 4.. Voor de toepassing van dit artikel wordt een inwonend kind niet aangemerkt als “een ander”. 5.. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gezin, dat zijn hoofdverblijf in de woning van de alleenstaande of alleenstaande ouder heeft, beschouwd als “een ander”.

Rechtspraak bij dit artikel