Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 8

Alleenstaande ouder met uithuisgeplaatste kinderen

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen

1.. De norm voor de alleenstaande ouder, wiens enige ten laste komende kind uit huis is geplaatst, wordt verhoogd met een toeslag van maximaal 10 procent van het netto minimumloon, indien hij zijn noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen met maximaal één ander. 2.. Geen toeslag wordt verleend aan de alleenstaande ouder, zoals omschreven in het eerste lid van dit artikel, indien hij zijn noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen met twee of meer anderen. 3.. Voor de toepassing van dit artikel wordt een inwonend kind niet aangemerkt als “een ander”. 4.. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gezin, met wie de alleenstaande ouder zoals omschreven in het eerste lid van dit artikel zijn noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen, beschouwd als “een ander”. 5.. Voor de toepassing van dit artikel wordt het tehuis of de instelling, waar het ten laste komende kind doorgaans verblijft, beschouwd als “een ander”.

Rechtspraak bij dit artikel