**1.** Het college maakt gebruik van zijn bevoegdheid, om:
bijstand terug te vorderen op grond van de artikelen 58 tot en met 60 van de wet;
uitkering terug te vorderen op grond van de artikelen 25, 26 en 28 IOAW;
uitkering terug te vorderen op grond van de artikelen 25, 26 en 28 IOAZ;
een besluit tot toekenning van bijstand op grond van de wet, respectievelijk uitkering op grond van de IOAW of de IOAZ, te herzien of in te trekken voor zover dat vereist is om over te kunnen gaan tot terugvordering.
**2.** Te veel verstrekte bijstand wordt teruggevorderd inclusief de afgedragen loonheffing en de vergoeding in het kader van de Zorgverzekeringswet, voor zover deze loonheffing en vergoeding niet verrekend kunnen worden met de nog door het college af te dragen loonheffing en vergoeding.
**3.** In afwijking van het bepaalde in het tweede lid ziet het college af van terugvordering van afgedragen loonheffing en de vergoeding in het kader van de Zorgverzekeringswet indien sprake is van een vordering die is ontstaan buiten toedoen van belanghebbende, en hem niet kan worden verweten dat de vordering niet reeds is voldaan in het kalenderjaar waarop de loonheffing en vergoeding betrekking hebben.
**4.** Voor vorderingen die zijn gedekt door een krediethypotheek continueert het college de aflossingsregeling conform het Bijstandsbesluit krediethypotheek indien de krediethypotheek gevestigd is voor 1 januari 1996, dan wel conform het Besluit krediethypotheek bijstand indien de krediethypotheek gevestigd is op of na 1 januari 1996.
HOOFDSTUK 8
Artikel 8.2
Gebruik bevoegdheid
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2015