Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Vaststelling tegenprestatie naar vermogen

Onderdeel van Beleidsregels tegenprestatie gemeente Zandvoort

1.. Het college stelt de aard, omvang en duur van de tegenprestatie vast, op basis van maatwerk waarbij de individuele mogelijkheden en omstandigheden van belanghebbende in acht worden genomen; 2.. Daarnaast wordt de tijdsduur van de verrichte onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten, in de vorm van vrijwilligerswerk en mantelzorg, in de beoordeling door het college meegewogen; 3.. Uitgangspunt is dat belanghebbende per week minimaal 2 uur en maximaal 10 uur werkzaamheden voor de duur van minimaal 3 maanden en maximaal 5 maanden per jaar, verricht in het kader van de tegenprestatie, tenzij er, naar het oordeel van het college, redenen zijn om dit aantal lager te bepalen; 4.. Indien belanghebbende slechts in beperkte mate activiteiten kan verrichten, worden specifieke afspraken gemaakt met betrekking tot de aard en mogelijkheden van de tegenprestatie; 5.. Is elke activiteit onmogelijk, dan ontheft het college belanghebbende van de verplichting tot het verrichten van de tegenprestatie naar vermogen op grond van artikel 6 van de verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Zandvoort.

Rechtspraak bij dit artikel