Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
bovenwettelijke uitkering: de aanvullende uitkering (BW);
aanvullende uitkering: de bruto aanvullende uitkering tijdens de
werkloosheidsuitkering;
nawettelijke uitkering: een verlengde, een aanvullende en/of een
aansluitende bruto uitkering na afloop van de werkloosheidsuitkering
als bedoeld in de CAR (NW);
medewerker: de ambtenaar die op grond van artikel 8:3 CAR of artikel
8:6 CAR wordt of is ontslagen en die zich in de re-integratiefase,
de periode van de aanvullende uitkering of de periode van de
nawettelijke uitkering bevindt;
re-integratiefase: de fase als bedoeld in artikel 10d van de CAR,
voorafgaand aan het ontslag, waarin door middel van een
re-integratieplan afspraken worden gemaakt over de wijze waarop de
re-integratie van de ambtenaar het best tot stand kan komen en
hieraan uitvoering wordt gegeven met als doel werkloosheid zoveel
als mogelijk te voorkomen;
re-integratieplan: het plan van aanpak waarin de
re-integratie-inspanningen van gemeente en de medewerker beschreven
staan, die tot doel hebben de re-integratie van de medewerker te
bevorderen (Van werk naar werk traject);
werkloosheid: werkloosheid als bedoeld in de Werkloosheidswet,
waarbij het arbeidsurenverlies voortvloeit uit de aanstelling of
arbeidsovereenkomst bij de gemeente waaruit de werkloosheid
plaatsvindt;
werkloosheidsuitkering: uitkering op grond van de Werkloosheidswet,
welke uitkering voortvloeit uit de aanstelling of
arbeidsovereenkomst met de gemeente (WW);
UWV: Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen.