Naar hoofdinhoud
1.. Het afzien van invordering betekent het buiten invordering stellen van de teruggevorderde bijstand zodat slechts een natuurlijke verbintenis blijft bestaan; 2.. In afwijking van de artikelen 4 en 5 kunnen burgemeester en wethouders besluiten van invordering af te zien, als: de belanghebbende bij een niet-fraudevordering of een geldlening gedurende 3 jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; de belanghebbende bij een niet-fraudevordering of een geldlening gedurende 3 jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar de achterstallige betalingen over die periode, vermeerderd met de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog binnen 30 dagen na het betalingsverzoek heeft betaald; de belanghebbende gedurende 5 jaar geen betaling heeft verricht op een niet-fraudevordering of geldlening en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; bij beëindiging van de uitkering, na verrekening met vakantiegeld, een niet-fraudevordering ontstaat van maximaal € 250,00 en betrokkene geen andere schulden aan SZW heeft; bij beëindiging van de uitkering en na eventuele verrekening met vakantiegeld, een niet-fraudevordering of geldlening resteert met een saldo van maximaal € 250,00 een minnelijke of dwingende schuldregeling tot stand is gekomen en de niet-fraudevordering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang; 3.. De invordering van een schuld die is ontstaan nadat een minnelijke of dwingendeschuldregeling tot stand is gekomen, wordt opgeschort voor de duur van de schuldregeling. 4.. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op vorderingen die door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt, tenzij zij niet op die goederen verhaald kunnen worden.

Rechtspraak bij dit artikel