De leidingexploitant is verplicht na het verlopen, opzeggen of
geheel of gedeeltelijke intrekken van de vergunning de leiding
binnen een door het college te bepalen termijn te verwijderen.
De artikelen 4, 11, 12, 13 en 14 zijn van overeenkomstige toepassing
op de verwijderingen, bedoeld in het eerste lid.