Het college kan, onverminderd het bepaalde in artikel 8 lid 3, de vergunning
wijzigen of intrekken, indien:
de leidingexploitant niet binnen zes maanden na het onherroepelijk
worden van de vergunning met de werkzaamheden als omschreven in de
vergunning is begonnen;
de leidingexploitant de exploitatie en het onderhoud van de leiding
gedurende een aaneengesloten periode van ten minste zes maanden
staakt dan wel de leiding anderszins gedurende een periode van ten
minste zes maanden niet in gebruik is;
blijkt dat de vergunning op basis van onjuiste of onvolledige
gegevens is verleend;
de vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is
afgegeven;
de leidingexploitant het bepaalde bij of krachtens deze
Leidingverordening of de vergunningvoorschriften niet naleeft;
dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken.