Naar hoofdinhoud

Artikel 8 Taak

Artikel 8 Taak

Onderdeel van Verordening op de gemeentelijke Ombudscommissie

1.. De Ombudscommissie onderzoekt ingediende klachten over gedragingen. 2.. De Ombudscommissie kan gedurende een onderzoek, op verzoek, de klager en het orgaan en/of de personen bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub b, onderdeel 2, voorstellen doen teneinde onderling tot een oplossing van de klacht te komen. 3.. De Ombudscommissie vergewist zich ervan of de klager het orgaan en/of de personen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub b, onderdeel 2, waar de klacht betrekking op heeft, in kennis heeft gesteld van de klacht en de gelegenheid heeft gegeven daarop te reageren conform de interne klachtenprocedure. 4.. De Ombudscommissie spreekt het oordeel uit of de gedraging, als geheel of gedeeltelijk, wel of niet behoorlijk was. Indien het onderzoek naar het oordeel van de Ombudscommissie onvoldoende zekerheid verschaft over de feitelijke toedracht van de gedraging, waarop de klacht betrekking heeft, wordt geen oordeel uitgesproken. 5.. De Ombudscommissie kan aan een orgaan, voor zover dit bevoegd is daaraan te voldoen, aanbevelingen doen maatregelen te nemen. Het betreffende orgaan deelt aan de Ombudscommissie mede of en op welke wijze aan een aanbeveling gevolg is gegeven. Afwijking van een aanbeveling wordt door het orgaan gemotiveerd. 6.. De Ombudscommissie kan ook eigener beweging een onderzoek instellen naar gedragingen van organen en/of de personen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub b, onderdeel 2, als wordt vermoed dat deze gedragingen niet behoorlijk zijn. De bepalingen in deze verordening met betrekking tot ingediende klachten zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel