Naar hoofdinhoud

3. Procedure

Artikel Beschikking

Artikel Beschikking

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Steenwijkerland 2015

Na ontvangst van de aanvraag toetst het college: Of er afwijzingsgronden zijn voor de aanvraag. Of er sprake is geweest van een zorgvuldige procedure Of een eigen bijdrage verplicht is. Bij rechtstreekse verwijzing via huisarts, medisch specialist en/of jeugdarts toetst het college alleen op de afwijzingsgronden en of een eigen bijdrage verplicht is. Afwijzingsgronden zijn: Op grond van het woonplaatsbeginsel valt de jeugdige onder de verantwoordelijkheid van een andere gemeente; het betreft zorg die onder een ander wettelijk kader valt (bijvoorbeeld Zvw, Wlz); de individuele voorziening is niet noodzakelijk om de problemen die vallen binnen de reikwijdte van de Jeugdwet op te lossen; de inzet van pgb voldoet niet aan de wettelijke eisen omtrent pgb, de nadere regels jeugdhulp en het bepaalde in hoofdstuk 5 van deze beleidsregels; bij een aanvraag voor ZiN: de aanbieder is niet door de jeugdzorgregio IJsselland gecontracteerd. De gronden a tot en met c leiden tot een afwijzende beschikking. Indien sprake is van een situatie genoemd onder d of e dan neemt het college contact op met de aanvrager en wijst hem op alternatieve manieren om zorg te realiseren. De elementen van een zorgvuldige procedure staan vermeld in de wet, de verordening en deze beleidsregels. Indien het college van mening is dat er geen sprake is geweest van een zorgvuldige procedure. Dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen, maar dan wordt er contact gezocht met de jeugdige en/of zijn ouder(s) en de casusregisseur met het verzoek om de ontbrekende stappen alsnog te zetten. In het kader van een zorgvuldige procedure toetst het college op de volgende elementen: De jeugdige en/of zijn ouder(s) is gewezen op de mogelijkheid om een familiegroepsplan op te stellen; De zelfredzaamheidmatrix is ingevuld; De hulpvraag en mogelijkheden voor een passende oplossing zijn zorgvuldig onderzocht. Dit blijkt uit de ondertekening van het gezinsplan door de casusregisseur; De mogelijkheden om de hulpvraag te beantwoorden met behulp van inzet uit het eigen netwerk, overige of andere voorzieningen zijn geïnventariseerd; Het beoogde resultaat van de inzet van de individuele voorziening is geformuleerd; Er is ingangsdatum en een einddatum van het gezinsplan/ de aanvraag benoemd; De gewenste zorgaanbieder is benoemd; De jeugdige en/of zijn ouder(s) is gewezen op keuzevrijheid van aanbieder; Het college geeft binnen acht weken na indiening van de aanvraag een beschikking af, overeenkomstig de Awb. In de beschikking staat zoals beschreven in de verordening of iemand wel of geen toegang tot een individuele voorziening krijgt. Er wordt aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. Indien er een individuele voorziening wordt toegekend, wordt beschreven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt. Uitgangspunt is dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) een individuele voorziening in natura krijgt. Daarnaast staat in de beschikking of de jeugdige en/of zijn ouder(s) een eigen bijdrage in de kosten moet leveren. Bij het verstrekken van een individuele voorziening in natura wordt – conform het bepaalde in de verordening - in de beschikking in ieder geval vastgelegd welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is, wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is, hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. Bij het verstrekken van een individuele voorziening in de vorm van een pgb wordt – conform het bepaalde in de verordening - in de beschikking in ieder geval vastgelegd voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend, welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb, wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen, wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld en de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. De geldigheidsduur van een toekenning van een individuele voorziening is in principe maximaal één jaar.

Rechtspraak bij dit artikel