**1..** Indien invordering van een fraudevordering niet mogelijk is door verrekening, dan wordt de debiteur verzocht de gehele vordering binnen zes weken na de datum van verzending van de beschikking tot terugvordering in één termijn te voldoen. Daarbij wordt deze er op geattendeerd, dat er een betalingsregeling kan worden getroffen indien de debiteur daarom verzoekt én indien de debiteur door middel van bewijsstukken over zijn inkomen en vermogen aannemelijk maakt dat de vordering niet in één termijn kan worden voldaan.
**2..** Indien het college van oordeel is dat de vordering in één termijn kan worden voldaan vanwege de aanwezigheid van vermogen, wordt een verzoek om een betalingsregeling afgewezen en dient de debiteur de vordering in één termijn te voldoen uit het vermogen.
**3..** Indien inderdaad een betalingsregeling als bedoeld in het eerste lid wordt getroffen, is de hoogte van het door de debiteur maandelijks te betalen bedrag gelijk aan het bedrag dat ingevolge het bepaalde in de artikelen 475c, 475d, 475e en 475g van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering voor beslag in aanmerking zou komen.
**4..** Indien een zodanige betalingsregeling wordt getroffen, dat de volledige vordering door de debiteur binnen twee jaar na de ingangsdatum van de betalingsregeling zal zijn afgelost wordt, in afwijking van het bepaalde in het derde lid van dit artikel, ingestemd met die betalingsregeling.
**5..** Indien de vordering niet binnen de gegeven betalingstermijn is voldaan of een getroffen betalingsregeling niet correct wordt nagekomen, volgen verdere invorderingsmaatregelen, niet zijnde een betalingsregeling.
**6..** In afwijking van het bepaalde in het vijfde lid volgen er geen verdere invorderingsmaatregelen, voor zover er nog geen beslag of verrekening plaatsvindt, indien er een betalingsvoorstel is ingediend en de debiteur aannemelijk heeft gemaakt dat de vordering niet in één termijn kan worden voldaan, zolang op dat voorstel nog niet is beslist en volgen even-min verdere invorderingsmaatregelen indien een betalingsregeling als bedoeld in het eerste, derde lid of vierde lid is getroffen en die correct wordt nagekomen.
**7..** Indien de debiteur niet tijdig tot een correcte betaling overgaat, en er reeds sprake is van een beslaglegging of een verrekening, wordt een gelegd beslag of een toegepaste verrekening niet ingetrokken.
HOOFDSTUK 3
Artikel 12.
Invordering fraudevordering door betaling
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering PW, Ioaw en Ioaz 2015 gemeente Roosendaal