**1..** Indien de debiteur niet voldoet aan hetgeen is bepaald in artikel 15 en een uitkering ontvangt, verrekent het college de teruggevorderde uitkering door middel van zo spoedig mogelijke inhouding op die uitkering, en wordt aan de debiteur uitstel van betaling verleend voor betaling van het volledige bedrag in één termijn, wat onverlet laat dat de debiteur de volledige teruggevorderde uitkering kan betalen aan het college.
**2..** Indien de debiteur geen andere schulden aan het college heeft op grond van de WWB, Pw, Ioaw en/of Ioaz, bedraagt de hoogte van de verrekening een bedrag gelijk aan 5% van de bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag.
**3..** Indien de debiteur meer dan één schuld aan het college heeft op grond van de Wwb, Pw, Ioaw en/of Ioaz, bedraagt de hoogte van de verrekening een bedrag gelijk aan het bedrag dat ingevolge het bepaalde in artikel 475c, artikel 475d, en artikel 475g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor beslag in aanmerking zou komen.
**4..** Indien het recht op uitkering eindigt, en daarna wordt besloten om uitkering terug te vorderen over de periode voor de datum waarop de bijstand is beëindigd, wordt de gereserveerde vakantietoeslag met toepassing van het bepaalde in artikel 60, derde lid, van de Pw, en/of artikel 28, derde lid, van de Ioaw en/of Ioaz, niet uitbetaald maar wordt die verrekend met de nieuwe vordering nadat het daartoe strekkende terugvorderingsbesluit is genomen.
HOOFDSTUK 4
Artikel 16.
Invordering van niet-fraudevorderingen door verrekening
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering PW, Ioaw en Ioaz 2015 gemeente Roosendaal