Naar hoofdinhoud
1.. Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor de individuele inkomenstoeslag de persoon die een onafgebroken periode van 24 maanden (referteperiode) een zelfstandige huishouding heeft gevoerd, in die referteperiode aangewezen is geweest op een laag inkomen en geen uitzicht heeft op een inkomensverbetering. De periode van verblijf in een asielzoekerscentrum telt mee voor de vaststelling van de 24 maanden termijn aangezien er bij de Regeling verstrekking asielzoekers sprake is van een minimumuitkering. 2.. Van een laag inkomen is sprake indien het inkomen in de referteperiode niet hoger is geweest dan 100% van de voor hem geldende bijstandsnorm, plus in die referteperiode maximaal het bedrag dat wettelijk vrijgelaten kan worden als inkomstenvrijlating in de wet, als bedoeld in artikel 31, lid 2 onder n. Indien er aan de inkomenseis wordt voldaan in de referteperiode wordt er van uitgegaan dat er geen uitzicht is op een inkomensverbetering. 3.. In geval van gehuwden en samenwonenden dienen beide belanghebbenden aan alle voorwaarden voor toekenning te voldoen. Zie ook artikel 7, derde lid. 4.. Het bepaalde in dit artikel, lid 1, betreffende de referteperiode van 24 maanden, heeft een geldigheid van 1 jaar. 1 jaar na inwerkingtreding van deze verordening zal dit beleid worden geëvalueerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel