In deze verordening wordt verstaan onder:
commissie: een commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet;
Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243;
Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;
Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20 februari 2004, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders;
raadslid: lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;
griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;
gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet;
seniorenconvent: het door de raad ingestelde overlegplatform ter bespreking van spoedeisende zaken en afstemmingszaken;
presidium: het door de raad ingestelde overlegplatform ter voorbereiding van de commissie- en raadsvergaderingen;
scholing: niet partijpolitiek georiënteerde opleidingen, cursussen, congressen, seminars en symposia;
scholingskosten: cursus- en lesgelden, kosten van het studiemateriaal, examen- en diplomakosten, aanschafkosten van verplicht gesteld studiemateriaal, reis- en verblijfkosten in het kader van de scholing, alsmede alle andere kosten die verbonden zijn aan de scholing.
Hoofdstuk I
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2015