**1..** Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de inwoner en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 5 werkdagen met hem een afspraak voor een gesprek.
**2..** Voor het gesprek verschaft de inwoner het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De inwoner verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.
**3..** Als de inwoner genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de inwoner afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste lid.
**4..** Het college kan ook afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste lid indien met de inwoner is vastgesteld dat een voorafgaand onderzoek niet vereist of op dat moment niet wenselijk is gelet op het spoedeisende karakter van de ondersteuningsvraag of indien blijkt dat er sprake is van een enkelvoudige, niet gecompliceerde ondersteuningsvraag.
**5..** In de situaties als bedoeld in lid 3 en lid 4 van dit artikel zorgt het college voor een verslag, waarin opgenomen de ondersteuningsvraag en de voorgestelde oplossingsrichtingen. Dit verslag wordt binnen 2 dagen na opstellen van het verslag aan de inwoner gezonden.
**6..** Het college brengt de inwoner op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 4.
Vooronderzoek; indienen persoonlijk plan
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Ermelo 2015