Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling 3.4 › Paragraaf 6

Artikel 2.6.10

Kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen

Onderdeel van nr 07.01 c. Bouwverordening Zevenaar 2007 (toelichting en bijlagen toelichting)

Op grond van artikel 2.6.11 van de verordening is dit artikel ook van toepassing voor bouwwerken waarop op grond van artikel 1.5 van het Bouwbesluit als gelijkwaardige oplossing een vluchtrouteaanduiding wordt toegepast. Op grond van artikel 10.6 van de verordening zijn Burgemeester en Wethouders bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen of andere voorschriften waarnaar in de verordening of in de bijlage bij de verordening wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd. Lid 1 De norm NEN 6088 Brandveiligheid van gebouwen – Veiligheidssignalering – Vluchtrouteaanduiding – Eigenschappen en bepalingsmethoden, uitgave 2002, geeft aan dat de vluchtrouteaanduiding gekenmerkt moet zijn door bepaalde symbolen en kleuren. Lid 2 De vluchtrouteaanduiding moet herkenbaar zijn en goed zichtbaar zijn aangebracht. Dit betekent dat de vluchtrouteaanduiding zodanig moet zijn opgehangen dat je het goed ziet. Vluchtrouteaanduiding mag dus niet achter een gordijn hangen of in een hoge ruimte nabij het plafond aangebracht zijn. Lid 3 De als Nederlandse norm aanvaarde Europese norm NEN-EN 1838 ‘Toegepaste verlichtingskunde – Noodverlichting’ is opgesteld met als doel internationaal eenheid binnen gebouwen te creëren ten aanzien van vluchtrouteaanduiding. In de richtlijn wordt een voorkeur uitgesproken over de te hanteren pictogrammen. De getoonde pictogrammen zijn voorbeelden. In de tekst wordt niet expliciet gesteld dat uitsluitend de getoonde pictogrammen toegestaan zijn. Er is dus enige vrijheid. Het belangrijkste is dat er sprake is van eenduidigheid en duidelijkheid binnen gebouwen. Voor de kleuren, luminantie, de luminantieverhoudingen en de maximale kijkafstand gelden de eisen uit NEN-EN 1838. De luminantie van elk deel van de veiligheidskleur van de vluchtrouteaanduiding moet minimaal 2 cd/m2 bedragen in alle relevante kijkrichtingen. Dit dient te geschieden door in- of externe verlichting en / of noodverlichting. Dit kan dus gevolgen hebben voor de locatie van normale en / of noodverlichtingsarmaturen indien er geen intern verlichte vluchtrouteaanduiding wordt toegepast. In geval van een energiestoring is het acceptabel dat niet meer aan de luminantie-eis wordt voldaan, indien er geen eisen ten aanzien van noodverlichting zijn gesteld. Er wordt op deze wijze uitgegaan van een prestatie-eis in de vorm van een luminantie-eis in NEN-EN 1838. Op welke wijze wordt voldaan kan men zelf invullen en zal leiden tot verschillende oplossingen, bijvoorbeeld: Bouwkundige aanduidingen die door de normale en / of noodverlichting worden aangelicht. Inwendig verlichte vluchtrouteaanduidingen, die op de normale en / of noodverlichting zijn aangesloten. Foto-luminiserende vluchtrouteaanduiding. De luminantie-eis in NEN-EN 1838, waarnaar in dit lid wordt verwezen, dient dan ook goed te worden onderscheiden van eisen aan de verlichtingssterkte van de vluchtrouteaanduiding zelf. Artikel 2.6.10 bevat geen eisen over de verlichtingssterkte van de vluchtrouteaanduiding zelf. Vluchtrouteaanduidingen hoeven dan ook niet per sé inwendig verlichte armaturen te zijn. Veelal kan worden volstaan met het aanbrengen van pictogramstickers die zo nodig door externe verlichting moeten worden aangelicht om aan de luminantie-eis te kunnen voldoen. In ruimten waarin op grond van het Bouwbesluit een eis voor noodverlichting geldt en waarin het gebruikelijk is de normale verlichting te reduceren of uit te schakelen (theaters, bioscopen e.d.) zal het, vanwege de gestelde eisen, wel noodzakelijk zijn om de vluchtrouteaanduidingen als intern verlichte aanduidingen uit te voeren. Lid 4 In delen van een gebouw waar op grond van het Bouwbesluit geen noodverlichting vereist is, is het gestelde in lid 3 niet van toepassing aangezien in die gebouwdelen bij spanningsonderbreking immers nimmer aan de luminantie-eisen van het derde lid kan worden voldaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel