In het algemeen genomen kan worden gesteld dat het de plicht van de eigenaar of de gebruiker van een bouwwerk is de vereiste installaties te onderhouden en gebruiksgereed te houden. Een gebruiker, bij voorbeeld een huurder, kan over nalatigheid klagen bij de verhuurder en dit kan worden aangemerkt als een privaatrechtelijke kwestie. Wanneer evenwel groot veiligheids- en gezondheidsrisico of groot ongemak voor derden-bezoekers aan de orde is, ligt dit anders. Daarom is in dit hoofdstuk een bepaling opgenomen over het onderhoud en gebruiksgereed houden van liftinstallaties, collectieve installaties voor portiekverlichting, centrale verwarming, mechanische ventilatie, drukverhoging in de waterleiding (hydrofoor) e.d.
Tevens is deze bepaling toepasbaar op het te verrichten onderhoud aan terreinrioleringen, inclusief pompen en putten, en op in de grond aangebrachte opvang- en bezinkingsvoorzieningen voor hemelwater.
N.B. Het onderhoud van liftinstallaties is, voor wat betreft de veiligheidsaspecten van gewone personenliften, in principe geregeld in het Besluit liften, dat op de Wet op de gevaarlijke werktuigen berust.
8 Slopen
Algemeen
Het hoofdstuk slopen dient ter uitvoering van het bepaalde in artikel 8, tweede lid, letter d, van de Woningwet, en van het Asbestverwijderingsbesluit 2005. In dit hoofdstuk is een vergunningstelsel opgenomen voor het slopen. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden gericht op het specifieke sloopproject. Het voornaamste motief voor een uitgebreide sloopregeling in de bouwverordening is gelegen in een bewuster omgaan met afvalstoffen en het zoveel mogelijk hergebruiken van deze stoffen. Een regeling met hetzelfde motief gericht op het bouwafval staat in artikel 4.11. Naar de artikelsgewijze toelichting daarop verwijzen wij hier. Voordat werd gekozen voor het invoeren van een nieuwe beschikking, de sloopvergunning, is overwogen of het mogelijk is in de bouwverordening het selectief slopen, het scheiden en gescheiden afvoeren afdoende te regelen in algemeen geldende eisen. Gelet op de huidige stand van zaken en de toch zeer uiteenlopende sloopprojecten en locaties bleek dit niet haalbaar. Bovendien is een sloopvergunning voor het verwijderen van asbest – voor zover niet kan worden volstaan met een melding – in het Asbestverwijderingsbesluit 2005 voorgeschreven.
Asbest
In het Staatsblad van 17 juni 1993, nr. 290 is het Asbestverwijderingsbesluit gepubliceerd. Dit besluit is opgevolgd door het Asbestverwijderingsbesluit 2005, Stb. 2005, 704 van 27 december 2005 en is gebaseerd op de Wet milieugevaarlijke stoffen en op de Woningwet. Dit besluit bevat regels voor de verwijdering van asbest bij het slopen van bouwwerken en het uit elkaar nemen van objecten. Het besluit heeft voor zover het betreft het slopen van bouwwerken geen directe werking voor de burger. Het besluit bevat een opdracht aan de gemeenteraad tot regelgeving in de plaatselijke bouwverordening. De voorschriften van de bouwverordening zijn bindend voor de burger.
Het laatstgenoemde besluit is in werking getreden op 1 maart 2006. Artikel 8, negende lid, van de Woningwet bepaalt dat de gemeenteraad een jaar de tijd heeft om dit deel van het besluit – in casu de artikelen 10 en 11 – in de bouwverordening op te nemen en dus uiterlijk op 18 juni 1994 van kracht te doen zijn.
Het Asbestverwijderingsbesluit 2005 gaat vergezeld van een uitvoerige Nota van toelichting (Stb. 2005, 704, vanaf blz. 15). Het is niet zinvol een selectie uit deze Nota over te nemen in de toelichting bij hoofdstuk 8 van de bouwverordening. Aanbevolen wordt daarom de Nota van toelichting te raadplegen, in het bijzonder het deel Algemeen (blz. 15 t/m 32).
Incident
Het optreden in geval van een incident (ook wel aangeduid als calamiteit), zoals een brand waarbij asbest vrij komt, staat thans in artikel 3, derde lid van het Asbestverwijderingsbesluit 2005. Voor een juist optreden in geval van een calamiteit is van veel belang de handreiking “Plan van aanpak asbestbranden”.
Voor andere oorzaken dan brand bestaat nog geen plan van aanpak.
Ingevolge genoemd derde lid dient het opruimen van materialen en producten die tengevolge van een incident zijn vrijgekomen eerst een asbestinventarisatierapport te worden opgesteld. Dit dient bij voorkeur met de bij het incident passende spoed te gebeuren.
Certificering
Voor een uiteenzetting over de certificering van bedrijven wordt verwezen naar de algemene toelichting op het Asbestverwijderingsbesluit 2005.
De instantie die zich bezig houdt met de certificering is: Stichting Certificatie Asbest, Postbus 22, 6720 AA Bennekom e-mail: info@ascert.nl, fax: 0317-425725, website: www.ascert.nl.
Risicoklasse
Bij Besluit van 7 juni 2006 (Stb. 2006, 348) is in de arbeidsomstandighedenregelgeving over het asbest een indeling in risicoklassen ingevoerd. Deze indeling is van belang voor de toepassing van de arbo-regels. Zij is niet aan de orde bij de sloopvergunning. De verplichte meldingen van de aannemer en vergunninghouder aan de arbeidsinspectie blijven bestaan. Voor zover de gemeente gewend was meldingen te doen aan de arbeidsinspectie blijft dit ongewijzigd.
Intensivering van de handhaving
Langs verschillende kanalen wordt aangedrongen op een intensivering van de handhaving van de
sloopvoorschriften.
De VNG heeft in de ledenbrief over Ketenhandhaving asbest van 12 februari 2007, Lbr. 07/07
aandacht gevraagd voor de handhaving van de voorschriften over asbestverwijdering en de LOMprojecten over ketenhandhaving asbest.
De Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland publiceert in de eerste helft van 2007 de
“Handreiking slopen. Vergunningverlening, controle en handhaving”. Deze handreiking staat ook op
de site van deze vereniging: www.vereniging-bwt.nl
Medio 2007 verschijnt over de uitvoering van de voorschriften over asbestverwijdering de VROM
publicatie Uitvoeringsmethodiek Asbestverwijderingsbesluit 2005 (UM Asbest). Hieraan werken mee
het ministerie van VROM, de VROM-Inspectie, het ministerie van SZW / Arbeidsinspectie, Infomil, de vereniging BWT Nederland, de VNG en het LOM.
Algemene toelichting (uit Leidraad Taakuitvoering Ketentoezicht Asbest van het Landelijk Overleg Milieuhandhaving, d.d. 28 april 2005)
De huidige Model-bouwverordening van de VNG is tien jaar geleden opgesteld en een aantal malen geactualiseerd. In de tussentijd is het inzicht over het verwijderen van asbest gewijzigd. Een aantal vrijstellingen wordt niet langer wenselijk geacht, in verband met de gezondheid van personen en de bescherming van het milieu. Zoals uit de wijzigingen is op te maken zijn het met name tekstuele voorstellen die explicieter en directer aangeven waaraan moet worden voldaan. In die zin leveren de aanpassingen een bijdrage aan beter uitvoeren van toezicht op asbestverwijdering. Deze gewijzigde inzichten zijn afgestemd met het Ministerie van VROM en de Arbeidsinspectie die verantwoordelijk zijn voor de regelgeving. Ook is door het Openbaar Ministerie gekeken naar de gewijzigde regeling in verband met de handhaafbaarheid. De in deze notitie voorgestelde wijzigingen hebben hun instemming en sporen met de nu in voorbereiding zijnde wijzigingen van het Asbestverwijderings Besluit (AvB) dat medio 2005 van kracht wordt. Het voorstel is opgesteld en besproken in TUM-verband en besproken met de VNG. Dit heeft, vanwege verschil van inzicht in de mogelijkheden van de Bouwverordening, nog niet geleid tot aanpassing van de modelbouwverordening. Om ketentoezicht asbest adequaat uit te voeren stelt het BLOM dan ook in dit verband dat er voldoende aanleiding is om af te wijken van de modelbouwverordening van de VNG en doet hiertoe een voorstel in onderdeel 9 van de leidraad ketentoezicht asbest behorende bij de Interventiestrategie Asbest.
(De motivering van wijzigingen overgenomen uit het voorstel van het LOM zijn cursief gedrukt)
Asbestverwijderingsbesluit 2005 Model-bouwverordening incl. 11e serie wijz.
Art. 3 H 8, Toelichting Algemeen
Art. 3, lid 3 H 8, Toelichting calamiteit
Art. 4, lid 1, sub a 8.1.2, lid 3, sub c
Art. 4, lid 1, sub b 8.2.2, lid 1, sub c
Art. 4, lid 2, sub b, c, d en e 8.2.2, lid 1, sub a, b, d en e
Art. 4, lid 3, sub a, b en c 8.2.1, lid 1, sub a en b
Art. 5 8.3.3, lid 3 vervallen
Art. 6 1.1 (Begripsbepaling)
Art. 7 H. 8, Toelichting Algemeen
brochure VROM nog niet gereed
Art. 8, lid 1 8.3.5, lid 1 en 2
Art. 8, lid 2 Min. Besluit is er nog niet
Art. 10, letter a 8.1.1
Art. 10, letter b 8.1.2, lid 3, sub c
Art. 10, letter c 8.2.1
Art. 10, letter d 8.2.1, lid 7
Art. 10, letter e 8.2.1, lid 8
Art. 10, letter f 8.2.1, lid 9
Art. 10, letter g 8.2.1, lid 8
Art. 10, letter h 8.2.1, lid 12
Art. 10, letter i 8.1.4, lid 2
Art. 10, letter j 8.1.2, lid 4
Art. 10, letters k, l, m en n 8.3.3, lid 1 t/m 4
Art. 11 12.1, lid 1 en 2
Hoofdstuk › Afdeling 3.4 › Paragraaf 6
Artikel 7.6.1
Gebruiksgereed houden van installaties
Onderdeel van nr 07.01 c. Bouwverordening Zevenaar 2007 (toelichting en bijlagen toelichting)