Lid 1
Het kan gebeuren dat tijdens sloopwerkzaamheden onverwacht toch asbest wordt aangetroffen. Dit artikel stelt een meldingplicht in. Vanaf het moment dat asbest wordt gevonden moet voor het (verder) slopen daarvan een daarop gerichte sloopvergunning of mededeling naar aanleiding van een melding aanwezig zijn. Die moet er eerst komen, voordat het asbest mag worden gesloopt.
Handhaving van deze bepaling kan geschieden door middel van het stilleggen van de sloopwerkzaamheden als bedoeld in het derde lid van artikel 100 van de Woningwet.
De tekst is opnieuw geformuleerd, omdat de huidige formulering niet voldoende sluitend is.
Door een nieuwe formulering dient ook bij bouwwerken waarvan wel bekend is dat er asbest aanwezig is, en tijdens de sloop meer asbest wordt aangetroffen, gemeld te worden aan het bouwtoezicht. Hiermee wordt voorkomen dat door de sloper die geen asbest mag verwijderen dit op een onjuiste manier wordt verwijderd.
Lid 2
De strekking van het tweede lid is het bouwtoezicht de gelegenheid te geven tot tijdige controles tijdens en bij het voltooien van het sloopwerk. Hetzelfde geldt voor de Arbeidsinspectie op grond van artikel 8.3.3, vierde lid, indien tijdens het slopen tevens asbestverwijdering plaatsvindt.
Indien burgemeester en wethouders de ontvangst van een melding van de voltooiing van een sloopwerk bevestigen, bijv. door de melding af te stempelen en van de ontvangstdatum te voorzien, is die bevestiging een administratieve handeling die niet meer inhoudt dan een bewijs dat er is gesloopt. De gemeente aanvaardt daarmee geen aansprakelijkheid voor eventuele onvolkomenheden bij het slopen en het scheiden en gescheiden houden van het sloopafval.
Het oude lid 2 wordt voor de duidelijkheid gesplitst in twee leden. Inhoudelijk is de wijziging dat de sloop voortaan zeven dagen van te worden wordt gemeld in plaats van twee dagen. Dit is nodig om een controle in te kunnen plannen. Tevens wordt verplicht om schriftelijk te melden.
Hiermee kan meer standaard informatie worden gevraagd en wordt onduidelijkheid over het al dan niet gemeld zijn voorkomen.
In het nieuwe lid 3 wordt de termijn van melden einde sloop verruimd naar veertien dagen. Dit is gedaan om de termijn gelijk te schakelen aan de termijn waarbij documenten ingeleverd moeten worden. Hiermee wordt voorkomen dat de vergunninghouder/sloper twee keer moet melden.
Tevens wordt de mogelijkheid geschapen om meer documenten te vragen, zoals afvoerbonnen van sloopafval en een vrijgavemeting van een laboratorium.
Hoofdstuk › Afdeling 3.4 › Paragraaf 3
Artikel 8.3.4
Plichten van degene die sloopt
Onderdeel van nr 07.01 c. Bouwverordening Zevenaar 2007 (toelichting en bijlagen toelichting)