**1..** Op grond van artikel 6.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht alle projecten, waarvoor ten behoeve van een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht toepassing gegeven wordt aan artikel 2.12 eerste lid onder a, onder 3º van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, aan te wijzen als categorie van gevallen waarvoor een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad niet is vereist, tenzij:
sprake is van een toevoeging van een woning in het buitengebied;
sprake is van verplaatsing van bebouwing op meer dan 30 meter buiten het bouwvlak;
sprake is van (het uitbreiden van) niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied;
sprake is van vestiging van een intensief veehouderijbedrijf, zoals gedefinieerd in artikel 1 van het bestemmingsplan Buitengebied 2010.
**2..** Een verklaring van geen bedenkingen is ook niet benodigd indien een project mede betrekking heeft op (een) andere activiteit(en) dan bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en:
op voorhand duidelijk is dat de aanvraag om een omgevingsvergunning op ander gronden dan het bestemmingsplan geweigerd moet worden, en
de aanvrager geen verzoek heeft gedaan om een vergunning voor die activiteit(en) waarvoor deze niet behoeft te worden geweigerd.
**3..** Aan het college wordt gedelegeerd de bevoegdheid om aan het bepaalde in artikel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht toepassing te geven, voor zover dat nodig is voor de beoordeling van onderdelen van de aanvraag om omgevingsvergunning waaromtrent een verklaring van geen bedenkingen is vereist