Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Afzonderlijke inzameling

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Bloemendaal 2014

De volgende omschrijvingen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen worden op grond van artikel 3, tweede lid, van de verordening vastgesteld: Groente-, fruit- en tuinafval: dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen dat van organische oorsprong is, beperkt is van omvang en apart wordt ingezameld, te weten: Groente- en fruitafval uit de keuken zoals: Etensresten; Schillen en resten van groente, fruit en aardappelen; Eierschalen; Doppen van noten; Koffiefilters en koffiedik; Theebladeren en theezakjes; Snijbloemen; Kamerplanten; Jus, vet, botjes, visgraten en kaaskorsten; Aardappelschillen; Kleine hoeveelheden potgrond (aan plant), noten en pitten. Tuinafval, plantsoen- en snoeiafval zoals: Bladeren en gras; Loof; Stro; Takken en grofhout mits verhakseld aangeleverd; Klein snoeiafval en ander plantenmateriaal; Graszoden zonder aanhangende grond; Afvalstoffen met Milieu-Keur. Klein chemisch afval: huishoudelijke afvalstoffen zoals vermeld op de KCA-lijst van het ministerie van I&M. Glas: op kleur gescheiden eenmalige glasverpakkingen zoals flessen, potten en andere glazen verpakkingen, met uitzondering van vlakglas, (glas)keramiek, gloei- en spaarlampen, TL-lampen, nagellakflesjes, stenen kruiken, porselein, kristal, spiegels, doppen van flessen, kunststofflessen en kurken. Onder vlakglas wordt verstaan: glas van ramen en spiegels. Oud papier en karton: huishoudelijk oud papier en karton dat droog en schoon en niet vervuild is met andere afvalfracties, met uitzondering van: drankenkartons voor zuivel en frisdranken, ordners en ringbanden met metaal en/of plastic onderdelen, geplastificeerd papier, sanitair papier, behang, vinyl en doorslagpapier. Kunststof verpakkingen: verpakkingen van kunststof zoals bedoeld in de Raamovereenkomst verpakkingen. Textiel en schoeisel: kleding, lakens, dekens, handdoeken en dergelijke, schoeisel, grote lappen stof en gordijnen die schoon zijn, niet vervuild met andere afvalfracties en niet eerder gebruikt als bijvoorbeeld poets- of verflappen. Elektrische en elektronische apparatuur: de producten zoals genoemd in de Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur. Bouw- en sloopafval: harde steenachtige materialen (zoals puin, gasbeton, dakpannen, serviesgoed), sloophout en isolatiematerialen. Verduurzaamd hout: hout dat is geïmpregneerd, te herkennen aan bijvoorbeeld groene of bruine kleur, zoals bielzen of tuinhout. Grof tuinafval: plantaardige of organische afvalstoffen door aard, samenstelling of omvang niet vallend onder gft-afval en vrijkomend bij de aanleg, het onderhoud of verwijdering van particulier groen, zoals grof loofafval, snoeihout etcetera, met uitzondering van: bielzen, tuinhekken en tuinschuttingen. Asbest en asbesthoudend materiaal: afval waarin zich asbest bevindt. Grof huishoudelijk afval: volumineus of zwaar huishoudelijk afval dat door afmeting of gewicht niet in een inzamelmiddel of via een inzamelvoorziening ter inzameling kan worden aangeboden. Huishoudelijk restafval: afval afkomstig uit particuliere huishoudens, dat overblijft na scheiding in andere deelstromen genoemd in artikel 3 van de verordening. Oude metalen: producten afkomstig van particuliere huishoudens met als belangrijkste bestanddeel ferro en non-ferro metalen. Autobanden: schone banden van motoren, personenauto’s, vrachtauto’s en tractoren, zonder velgen. Schone grond: grond die niet zichtbaar vermengd is met resten puin, kool, gas, hout, ijzer of asbest, en niet verontreinigd is op basis van het historisch gebruik van de locatie van herkomst of op basis van uitgevoerd milieukundig onderzoek (conform NEN 5740 of AP04). Bitumenhoudend afval: dakbedekkingsmaterialen, ook wel genoemd dakleer, bestaand uit beplatingmateriaal van hout of kunststof, voorzien van een laag koolteer of bitumen al dan niet inclusief dakgrind waaraan zich teer of bitumen bevindt. Fietswrakken: dit zijn fietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat zijn, d.w.z. er is niet mee te rijden, want er missen essentiële onderdelen en/of essentiële onderdelen zijn defect. Dan wel betreft het fietsen die uiterlijk verwaarloosd zijn, d.w.z. er is lang niet op gereden en de eigenaar heeft er kennelijk afstand van gedaan. Dit is te zien aan stof, mos, verdroogde en lekke banden, begroeiing en een verroeste ketting.

Rechtspraak bij dit artikel