Naar hoofdinhoud
1.. Het college biedt de raad twee maal per jaar een bestuurs/begrotingsrapportage aan als tussentijdse rapportage. 2.. De eerste bestuursrapportage wordt opgemaakt op basis van de situatie per 1 maart van het begrotingsjaar. De tweede bestuursrapportage wordt opgemaakt op basis van de situatie per 1 september. 3.. De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. 4.. In de bestuursrapportage wordt melding gemaakt van belangrijke afwijkingen ten opzichte van de uitgangspunten die bij de begrotingsopstelling zijn gehanteerd. Het financieel effect daarvan wordt zichtbaar gemaakt en verwerkt in een voorstel tot wijziging van de begroting. 5.. Daarnaast wordt van een aantal door het college nader aan te wijzen onderwerpen (kwantitatieve of beschrijvende) informatie verstrekt over de stand van zaken op de peildatum of over de uitvoering tot de peildatum.

Rechtspraak bij dit artikel