Naar hoofdinhoud
1.. Materiële uitgaven met een meerjarig economisch en maatschappelijk nut worden geactiveerd. 2.. Ten aanzien van afschrijvingen wordt een bestendige gedragslijn gevolgd. Het college stelt daartoe een lijst met afschrijvingstermijnen vast en brengt deze ter kennis van de raad. 3.. Voor het activeren van investeringen wordt de minimale gebruiksduur van drie jaar gehanteerd. 4.. Het afschrijven van een nieuw kapitaalgoed wordt begonnen in het begrotingsjaar dat volgt op het jaar waarin het gereed komt dan wel verworven wordt. 5.. De activa worden gewaardeerd tegen de aanschafwaarde verminderd met de afschrijvingen; aandelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. 6.. Extra afschrijvingen vinden plaats wanneer de levensduur of de gebruiksduur tijdens de looptijd van het object korter blijkt te zijn dan eerder was aangenomen. 7.. Ontvangen subsidies en bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief worden op het actief in mindering gebracht. 8.. Eventuele boekwinsten en verliezen die worden gerealiseerd bij het afstoten van een kapitaalgoed worden als incidentele bate dan wel als incidentele last in de jaarrekening verwerkt onder gelijktijdige afstorting/onttrekking in/uit de algemene reserve. De opbrengst mag niet direct met de boekwaarde van het eventuele vervangingsobject worden verrekend. 9.. Kapitaalsubsidies aan derden worden bekostigd uit de gewone dienst en gedekt uit één van de reserves.

Rechtspraak bij dit artikel