Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Voorwaarden voor toekenning van scholing

Onderdeel van Beleidsregels scholing Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 gemeente Bergen

1.. Indien de noodzaak daarvan in de specifieke situatie van een belanghebbende vast staat, wordt een vorm van scholing aangeboden. 2.. Scholing vindt plaats in het kader van een traject en dient gericht te zijn op duurzame uitstroom naar de arbeidsmarkt op korte termijn. 3.. Bij de beoordeling van de noodzaak van de scholing wordt rekening gehouden met de voor belanghebbende geldende kortste weg naar duurzame algemeen geaccepteerde arbeid, zijn arbeids- en opleidingsverleden alsmede de duur van zijn werkloosheid. 4.. Voor de scholing die wordt aangeboden geldt dat de goedkoopste én de meest adequate scholingsmogelijkheid moet worden benut. 5.. Scholing wordt niet ingezet ten behoeve van positieverbetering. 6.. Scholing duurt maximaal 12 maanden. Deze termijn kan met maximaal 12 maanden worden verlengd indien er na afloop van het tweede jaar een reële kans is op uitstroom naar betaald werk. 7.. Voor de directe scholingskosten als bedoeld in artikel 5 geldt een maximum van € 5.000 per persoon/per traject. 8.. De eigen bijdrage in de kosten van scholing als bedoeld in artikel 5 is voor personen als bedoeld in artikel 7 lid 1 sub a onder 4 en 7, als volgt: netto inkomen < 120% van de toepasselijke bijstandsnorm: geen eigen bijdrage; netto inkomen > 120% en < 150% van de toepasselijke bijstandsnorm: 50% van de scholingskosten; netto inkomen > 150% van de toepasselijke bijstandsnorm: 100% van de scholingskosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel