1.. Indien de noodzaak daarvan in de specifieke situatie van een belanghebbende vast staat, wordt

een vorm van scholing aangeboden.

2.. Scholing vindt plaats in het kader van een traject en dient gericht te zijn op duurzame uitstroom

naar de arbeidsmarkt op korte termijn.

3.. Bij de beoordeling van de noodzaak van de scholing wordt rekening gehouden met de voor

belanghebbende geldende kortste weg naar duurzame algemeen geaccepteerde arbeid, zijn

arbeids- en opleidingsverleden alsmede de duur van zijn werkloosheid.

4.. Voor de scholing die wordt aangeboden geldt dat de goedkoopste én de meest adequate

scholingsmogelijkheid moet worden benut.

5.. Scholing wordt niet ingezet ten behoeve van positieverbetering.

6.. Scholing duurt maximaal 12 maanden. Deze termijn kan met maximaal 12 maanden worden verlengd indien er na afloop van het tweede jaar een reële kans is op uitstroom naar betaald

werk.

7.. Voor de directe scholingskosten als bedoeld in artikel 5 geldt een maximum van € 5.000 per

persoon/per traject.

8.. De eigen bijdrage in de kosten van scholing als bedoeld in artikel 5 is voor personen als bedoeld

in artikel 7 lid 1 sub a onder 4 en 7, als volgt:

  • - netto inkomen < 120% van de toepasselijke bijstandsnorm: geen eigen bijdrage;
  • - netto inkomen > 120% en < 150% van de toepasselijke bijstandsnorm: 50% van de scholingskosten;
  • - netto inkomen > 150% van de toepasselijke bijstandsnorm: 100% van de scholingskosten.