Het college maakt van de mogelijkheid gebruik om op verzoek van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd de boete geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden, zoals bedoeld in artikel 18a, dertiende lid van de wet, bij medewerking aan een schuldregeling, als er geen sprake is geweest van opzet of grove schuld en belanghebbende niet binnen één jaar nogmaals een boete heeft gekregen. Hierbij geldt bij de bepaling van mate van kwijtschelding als uitgangspunt:
normale gemiddelde verwijtbaarheid: 50% kwijtschelding;
verminderde verwijtbaarheid: 100% kwijtschelding.
Hoofdstuk 12
Artikel 12.7
Schuldregeling
Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke werk- en inkomensvoorzieningen Zaanstad 2015