Naar hoofdinhoud

Artikel 2.1.5

Afstemming alleenstaande ouderkop

Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke werk- en inkomensvoorzieningen Zaanstad 2015

1.. De bijstandsnorm wordt op grond van artikel 18, eerste lid van de wet afgestemd door deze te verhogen met algemene bijstand als de alleenstaande ouder een fiscaal partner heeft zoals bedoeld in artikel 3 van de Awir en daardoor niet in aanmerking komt voor de alleenstaande ouderkop bovenop het kindgebonden budget. 2.. De hoogte van de in het eerste lid genoemde afstemming van de algemene bijstand bedraagt 1/12 deel van de verhoging van het kindgebonden budget, genoemd in artikel 2, zesde lid van de Wet op het kindgebonden budget, per maand. Deze algemene bijstand is inclusief vakantietoeslag zoals genoemd in artikel 19, derde lid van de wet. 3.. Afhankelijk van de individuele situatie van de alleenstaande ouder kan het college extra verplichtingen verbinden aan het recht op de verhoging om zo de periode waarover de verhoging moet worden verstrekt zo kort mogelijk te houden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel