Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.8

Draagkrachtperiode

Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke werk- en inkomensvoorzieningen Zaanstad 2015

1.. De draagkrachtperiode wordt vastgesteld voor een periode van 12 maanden. 2.. In afwijking van lid 1 kan de draagkrachtperiode worden vastgesteld voor een kortere periode als de kosten zich over een kortere periode dan 12 maanden voordoen. 3.. In afwijking van lid 1 kan de draagkrachtperiode worden vastgesteld voor een langere periode van ten hoogste 36 maanden, als vooraf vastgesteld is dat gedurende deze periode de kosten zich voor doen en blijven doen en aannemelijk is dat gedurende deze periode geen wijzigingen zullen optreden in het inkomen en of het vermogen. 4.. Als belanghebbende een uitkering voor levensonderhoud ontvangt op grond van de wet blijft bij een aanvraag om bijzondere bijstand een inkomens- en vermogenstoets achterwege en wordt aangenomen dat belanghebbende een inkomen heeft op of onder het sociaal minimum, zoals bedoeld in artikel 3.1.1 en een vermogen heeft dat niet uit komt boven de vermogensgrens, zoals bedoeld in artikel 34, derde lid van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel