Naar hoofdinhoud

Artikel 9.2.5.

Vervoersvoorziening

Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke werk- en inkomensvoorzieningen Zaanstad 2015

Bij de gemeente kan een vervoersvoorziening worden aangevraagd als de werkzoekende/werknemer met arbeidsbeperking een baan vindt en aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1.. door zijn/haar beperking kan hij/zij niet zelfstandig reizen en/of niet zelfstandig gebruik maken van het openbaar vervoer; 2.. het geldt alleen voor woon/werk verkeer; 3.. de persoon is woonachtig binnen de gemeente Zaanstad; 4.. de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder e, van de Participatiewet en/of heeft een structurele functionele beperking als gevolg van een ziekte of handicap/gebrek; 5.. er sprake is van een dienstverband/arbeidsovereenkomst voor de duur van tenminste 6 maanden en voor minimaal 12 uur per week. Een vervoersvoorziening kan ook worden toegekend gedurende de proefplaatsing (fase voorafgaand aan arbeidsovereenkomst); 6.. er geldt een reizigerstarief voor de algemeen gebruikelijke kosten voor aanvullend openbaar woonwerkvervoer. Hiervoor wordt het tarief dat de WMO jaarlijks voor vervoersvoorzieningen vaststelt in het “Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Zaanstad”, gebruikt. Dit betreft een basis-instaptarief ( € 0,60 voor 2016), en een tarief per kilometer (€ 0,15 voor 2016). Deze tarieven zijn onafhankelijk van het inkomen; 7.. er geldt een inkomensafhankelijke bijdrage voor persoonlijke voorzieningen. Dit betreft bijvoorbeeld aanpassingen aan eigen auto, bijv. aangepaste stoel of hand-gas i.p.v. voet-gas bediening, een aangepaste auto, een aanpaste fiets bijvoorbeeld een driewielfiets en een scootmobiel. In het WMO “Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Zaanstad 2016” is dit wettelijke onderdeel uitgewerkt. Daarnaast is wettelijk bepaald dat een rolstoel van deze inkomensafhankelijke bijdrage is uitgesloten; 8.. betrokkene is verplicht om eventuele wijzigingen die van invloed zijn op de voorziening aan de gemeente door te geven. Dit kan leiden tot een heroverweging op bijv. het type vervoersvoorziening en de hoogte van de verstrekking; 9.. de persoon kan geen aanspraak maken op een voorliggende voorziening, bijvoorbeeld vervoersvoorziening via WMO of UWV of via een zorgverzekeraar; en 10.. de gemeente biedt de meest adequate en goedkoopste oplossing, kwalitatief verantwoord. De kosten van de vervoersvoorziening dienen proportioneel te zijn, dat wil zeggen dat de investering in de vervoersvoorziening moet opwegen tegen de opbrengsten van uitstroom naar werk. Bij de beoordeling of de kosten proportioneel zijn wordt onder andere betrokken: de kosten van de vervoersvoorziening; de duur van de arbeidsovereenkomst in termen van looptijd (aantal maanden/jaren/bepaalde tijd/onbepaalde tijd); de omvang van de arbeidsovereenkomst in termen van het aantal uren dat de persoon gaat werken; en de opbrengsten in termen van besparing op de uitkeringslasten en eventuele andere lasten (bijvoorbeeld in het kader van de WMO) in relatie tot de kosten van de vervoersvoorziening; bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt tegelijkertijd met de loonwaarde ook de noodzakelijkheid en proportionaliteit van de vervoersvoorziening getoetst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel