**Elke vorm van verwijtbaarheid, zoals bedoeld in artikel 18b, zesde lid, onderdeel b van de wet, ontbreekt in elk geval bij de belanghebbende:.** die ontheven is van de inburgeringsplicht op grond van onvoldoende leervermogen na aantoonbare inspanning;
die aantoonbaar niet over leervermogen beschikt;
van wie om persoonlijke redenen blijvend niet verlangd kan worden dat hij de Nederlandse taal in voldoende mate beheerst of zal beheersen, onder meer als belanghebbende om medische en/of psychosociale redenen niet leerbaar wordt geacht. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als er sprake is van: dyslexie, analfabetisme, cognitieve problemen, audiovisuele beperkingen, doofheid, leerproblemen, medische gronden en andere in de persoon gelegen factoren;
die op grond van volledige arbeidsongeschiktheid een ontheffing om dringende redenen als bedoeld in artikel 9, tweede lid van de wet heeft gekregen voor de verplichting tot het zoeken naar betaalde arbeid en tot het verrichten van een tegenprestatie;
die op grond van individuele omstandigheden geen inspanningsverplichting van belanghebbende verlangd kan worden;
aan wie een ontheffing is verleend op grond van een andere regeling waarin een verplichting is opgenomen gericht op beheersing van de Nederlandse taal.
Artikel 4.4
Ontbreken verwijtbaarheid
Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke werk- en inkomensvoorzieningen Zaanstad 2015