Van dringende redenen, zoals bedoeld in artikel 18a, zevende lid, onderdeel b, van de wet is sprake bi jbijzondere omstandigheden in het individuele geval. Zeker bij opzet dan wel bij grove schuld, moet zeer terughoudend worden omgegaan met het aannemen van dringende redenen. Slechts in zeer ex-ceptionele omstandigheden kan daarvan sprake zijn.
Als er wordt afgezien van het opleggen van een boete wegens dringende redenen, kan deze schending van de inlichtingenplicht wel gevolgen hebben bij het opleggen van een boete in geval van een toekomstige schending van de inlichtingenplicht (recidive).
Hoofdstuk 12
Artikel 12.5
Dringende redenen
Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke werk- en inkomensvoorzieningen Zaanstad 2015