Belanghebbende wordt geacht in voldoende mate de Nederlandse taal te beheersen, noodzakelijke voor het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden en het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, zoals bedoeld in artikel 18b, eerste lid van de wet, waardoor geen toets wordt afgenomen, als:
tijdens een vorige uitkeringsperiode al een toets is afgenomen en is vastgesteld dat belanghebbende de Nederlandse taal beheerst op het niveau 1F;
belanghebbende die een uitkering had in een andere gemeente en in die gemeente al een toets met succes heeft afgelegd. De toetsresultaten kunnen worden overgenomen, tenzij deze onvoldoende zekerheid bieden over de actuele taalvaardigheid;
uit zijn aard kortdurende bijstand wordt aangevraagd. Dat kan zich bijvoorbeeld voordoen bij op handen zijnde emigratie, bij een terminale ziekte of het op korte termijn bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd;
belanghebbende bezig is met zijn inburgeringstraject in het kader van de Wet inburgering 2013;
belanghebbende deelneemt aan een re-integratietraject, waarbij een taaltraject is opgenomen dat leidt tot tenminste het taalniveau 1F;
belanghebbende een traject volgt gericht op oriëntatie op het zelfstandig ondernemerschap, waarbij een taaltraject is opgenomen dat leidt tot tenminste het taalniveau 1F;
belanghebbende een taaltraject volgt bij Vluchtelingenwerk, waarbij het taaltraject opleidt tot tenminste het taalniveau 1F;
zowel belanghebbende als het college van mening zijn dat belanghebbende de Nederlandse taal niet of niet in voldoende mate beheerst, noodzakelijk voor het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden en het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid en belanghebbende zich bereid verklaart zich te willen inspannen om het vereiste niveau te behalen, zoals bedoeld in artikel 18b, zesde lid, onderdeel a van de wet.
Artikel 4.3
Geen toets
Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke werk- en inkomensvoorzieningen Zaanstad 2015