Gedragingen van een belanghebbende waardoor de verplichtingen op grond
van de artikelen 9, 9a, 18 en 41, Participatiewet niet of onvoldoende
zijn nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
Eerste categorie:
het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV of
het niet tijdig laten verlengen van de registratie.
Tweede categorie:
het niet of onvoldoende naar vermogen trachten algemeen
geaccepteerde arbeid te verkrijgen, voor zover dit niet
voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in het vierde
lid;
het niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om,
in verband met de inschakeling in de arbeid, op een
gegeven plaats en tijd te verschijnen.
Derde categorie:
gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren,
voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als
bedoeld in het vierde lid;
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan het
opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van
aanpak als bedoeld in artikel 44a, Participatiewet;
het niet of onvoldoende verrichten van een door het
college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als
bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c,
Participatiewet;
het niet of onvoldoende naar vermogen trachten de
mogelijkheden naar uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs
te onderzoeken gedurende de termijn, genoemd in artikel
41, vierde lid, Participatiewet;
het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld
in de artikelen 9, eerste lid, of 55, van de
Participatiewet, voor zover het gaat om een
belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken
na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en
vijfde lid, Participatiewet, voor zover deze
verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde
lid, Participatiewet;
het uit houding en gedragingen ondubbelzinnig laten
blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 9,
eerste lid, onderdeel b, Participatiewet niet te willen
nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de
ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande
ouder als bedoeld in artikel 9a, eerste lid,
Participatiewet.
Vierde categorie:
Het niet of onvoldoende nakomen van de in artikel 18, vierde lid,
Participatiewet genoemde verplichtingen:
het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde
arbeid;
het uitvoering geven aan de door het college opgelegde
verplichting om ingeschreven te staan bij een
uitzendbureau;
het naar vermogen verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid
in een andere dan de gemeente van inwoning, alvorens naar die
andere gemeente te verhuizen;
bereid zijn om te reizen over een afstand met een totale
reisduur van 3 uur per dag, indien dat noodzakelijk is voor het
naar vermogen verkrijgen, aanvaarden of behouden van algemeen
geaccepteerde arbeid;
bereid zijn om te verhuizen, indien het college is gebleken dat
er geen andere mogelijkheid is voor het naar vermogen
verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van algemeen
geaccepteerde arbeid, en de belanghebbende een
arbeidsovereenkomst met een duur van tenminste een jaar en een
netto beloning die ten minste gelijk is aan de voor de
belanghebbende geldende bijstandsnorm, kan aangaan;
het verkrijgen en behouden van kennis en vaardigheden,
noodzakelijk voor het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden
of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van
algemeen geaccepteerde arbeid niet belemmeren door kleding,
gebrek aan persoonlijke verzorging of gedrag;
het gebruik maken van door het college aangeboden voorzieningen,
waaronder begrepen sociale activering, gericht op
arbeidsinschakeling en mee te werken aan onderzoek naar zijn of
haar mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.
Hoofdstuk 2
Artikel 9
Indeling in categorieën
Onderdeel van Verordening maatregelen Participatiewet, IOAW, IOAZ en verrekening bestuurlijke boete 2015