Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Artikel 5.

Onderdeel van Verordening commissie Ruimtelijke Kwaliteit

1.. De commissie vergadert indien dit naar het oordeel van de voorzitter, in verband met de te behandelen zaken noodzakelijk is, of dit door ten minste drie leden onder opgaaf van redenen wordt verzocht. 2.. De oproeping voor de vergadering geschiedt door of namens de voorzitter, uit­gezonderd spoedeisende gevallen, zodanig dat de leden ten minste drie maal vierentwintig uur voor het tijdstip van aanvang daarvan kennis hebben kunnen nemen. 4.. De commissie is bevoegd zaken van minder gewicht, van spoedeisende aard of beperkt tot één vakdeskundigheid of één gebied, aan één of meer van haar leden te mandateren. 5.. De commissie is bevoegd zaken waarvan het standpunt van de commissie bekend is, te mandateren aan de secretaris. 6.. De advisering over lichte bouwvergunningen en plannen die voldoen aan de  gebiedsgerichte en objectgerichte criteria, is gemandateerd aan de secretaris. Bij twijfel wordt de zaak alsnog aan de commissie ter advisering voorgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel