Belastbaar feit
Havengelden worden geheven voor het gebruik dat schepen maken van water, havens, kaden, sluizen, bruggen, kranen, dokken enz. die in beheer en onderhoud zijn van de gemeente of het genot van door de gemeente verleende (haven)diensten.
De havengelden vinden hun wettelijke basis in artikel 229, aanhef en onderdeel a en b, Gemeentewet. Havengelden kunnen zowel gebruiksrechten als genotsrechten omvatten.
Bij gebruiksrechten gaat het om rechten geheven voor het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen of voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer en onderhoud zijn (artikel 229, eerste lid, onderdeel a, Gemeentewet). Dergelijke gemeentebezittingen zijn bijvoorbeeld de gemeentelijke havens en het gemeentelijke water. Bij werken en inrichtingen kan worden gedacht aan kaden, sluizen, bruggen, kranen, dokken enz.
De heffing van gebruiksrechten is derhalve verbonden aan de voorwaarden:
1.
dat er sprake is van gebruik:
onder het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen wordt verstaan het feitelijk gebruik. Indien dit ontbreekt, is de heffing van gebruiksrechten uitgesloten;
2.
dat dit gebruik betrekking heeft op gemeentebezittingen, -werken of –inrichtingen:
het woord 'gemeentebezittingen' bedoelt geenszins uit te drukken dat het gaat om bezitsrecht van een zaak, laat staan om de gemeentelijke eigendom daarvan.
Van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen enz. is sprake indien het betreft bezittingen, werken en inrichtingen welke strekken tot algemeen nut en waarbij een ieder in beginsel belang kan hebben, zoals straten, wegen, sluizen, bruggen, havens, markten e.d. Het vorenstaande houdt niet in dat ook een ieder van die bezittingen gebruikmaakt of moet maken. De gemeentebezittingen enz. zullen doorgaans onroerende zaken zijn. Dit behoeft evenwel niet het geval te zijn;
3.
dat dit gebruik geschiedt overeenkomstig de bestemming van die bezittingen:
Vereist is dat het een gebruik is overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen enz. Dit houdt in, dat indien een schipper een ophaalbrug doet ophalen daar hij anders niet met zijn schip verder kan varen, hij een gebruikmaakt dat in overeenstemming is met de bestemming van de ophaalbrug. Kan het schip onder de brug doorvaren dan is geen bruggeld verschuldigd. Het is duidelijk dat bij het ligplaats kiezen van schepen in een haven, het doorvaren van een sluis of het doen openen van een brug, een gebruik plaatsvindt dat in overeenstemming is met de bestemming van de haven, de sluis en de brug;
4.
dat de bedoelde bezittingen bestemd zijn voor de openbare dienst; en
5.
dat zij bij de heffende gemeente in beheer of onderhoud zijn.
Bij genotsrechten gaat het om rechten voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten (art. 229, eerste lid, onderdeel b, Gemeentewet). Dergelijke diensten kunnen bijvoorbeeld zijn het loodsen of slepen van schepen in de haven.
Hoofdstuk 4
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven-, kade- en opslaggelden 2015