Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 6

en hoofdstuk 2 van de tarieventabel

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven-, kade- en opslaggelden 2015

Afgezien van de beperkingen opgenomen in artikel 219, lid 2, van de Gemeentewet zijn gemeenten vrij in het opnemen van heffingsmaatstaven in hun verordening. In de memorie van toelichting bij de wijziging van de gemeentewet met betrekking tot de materiële belastingbepalingen (Kamerstukken II 1989/90, 21591, nr. 3, pag. 77/78; heeft geleid tot de Wet van 27 april 1994, Stb. 419) wordt hierover het volgende opgemerkt: ‘Wij wijzen er op dat dit niet inhoudt dat er geen wijziging optreedt voor deze rechten. In een aantal arresten heeft de Hoge Raad uitgesproken dat de tarieven zich moeten richten naar het gebruik dat wordt gemaakt van de gemeentebezittingen (HR 9 mei 1984, Belastingblad 1984, blz. 311) en dat het karakter van de retributie uitsluitend een differentiatie in het tarief toelaat naar de grootte van het voordeel, gelegen in de vergroting van de gebruiksmogelijkheden (HR 1 februari 1984, Belastingblad 1984, blz. 176). Deze jurisprudentie verliest zijn geldigheid onder de nieuwe regeling. Uit artikel 219, tweede lid, vloeit immers voort dat de rechten kunnen worden geheven naar in de verordening op te nemen maatstaven, welke zich slechts niet mogen richten naar het inkomen, de winst en het vermogen. In concreto betekent dit dat tariefdifferentiaties op andere gronden dan verschillend gebruik van gemeentebezittingen geoorloofd zijn indien deze zich naar het oordeel van de gemeenteraad beter verstaan met het gemeentelijk beleid ter zake.’ Tarieven kunnen worden gedifferentieerd, bijvoorbeeld naar gebruik, voordeel of kostentoedeling; zelfs milieuaspecten kunnen bij de tariefbepaling een rol spelen en dus ook bevordering Twentse economie. Om die reden is een tariefsbepaling opgenomen voor een jaarabonnement en worden deelladingen met een lager tarief belast. Overigens dienen gemeenten bij het vaststellen van de tarieven wel het evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel in acht te nemen. Het evenredigheidsbeginsel houdt volgens de memorie van antwoord in dat een ieder bijdraagt in de kosten van de gemeentelijke dienstverlening naar de mate van profijt van die dienstverlening. Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat gelijke gevallen gelijk behandeld moeten worden (Kamerstukken II 1990/91, 21591, nr. 7, pag. 19). Uit het voorgaande valt af te leiden dat de beleidsvrijheid van gemeenten bij de keuze van heffingsmaatstaven (voor de rechten) is vergroot. De tarieven in de verordening Havengeld mogen op grond van artikel 229b van de Gemeentewet niet zodanig worden vastgesteld dat de geraamde baten van die rechten uitgaan boven de geraamde gemeentelijke lasten ter zake. Het havengeld bedraagt volgens afspraak voor vaartuigen per kubieke meter waterverplaatsing (of gedeelte van een kubieke meter) € 0,12 met een minimum van € 15,00 per reis. Dit laatste komt overeen met 125 m3 waterverplaatsing. Onder waterverplaatsing wordt volgens de begripsomschrijving in artikel 2, sub i, verstaan de in m3 uitgedrukte waterverplaatsing bij de grootste toegelaten diepgang van het vaartuig op de Twentekanalen met een maximum van 2.80 meter (Lochem 3.5 meter), volgens een bij het vaartuig behorende geldige meetbrief,waarbij 1.000 kg laadvermogen gelijkgesteld wordt met 1 m3. Vanaf Eefde tot aan sluis van Delden is deze diepgang er al, de rest volgt over een paar jaar. Het hanteren van deze methodiek heeft het positieve effect voor de grotere schepen klasse IV en V dat zij niet meer hoeven te betalen voor wat zij niet mee kunnen nemen en maakt voor hen de bestemming Twentekanalen aantrekkelijker. Dit is afgestemd met een afgevaardigde van Schuttevaer en voldoet aan de volgende eisen: Eerlijke methode voor de schippers Eenvoudig en uniform voor alle havens Beperkte financiële gevolgen voor de gemeenten Omdat de havens gelegen aan het Twentekanaal hun eigen juridische entiteit vooralsnog blijven houden, wordt bij een deellading door elke gemeente de helft van het havengeld in rekening gebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel