Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 12.

Invordering van bestuursrechtelijke geldschuld wegens onverschuldigde betalingen door een betalingsregeling

Onderdeel van Beleidsregels bestuursrechtelijke geldschulden 2015 gemeente Roosendaal

1.. Indien de debiteur een zodanige betalingsregeling voorstelt, dat de volledige vordering zal zijn afgelost binnen twee jaar na de ingangsdatum van de betalingsregeling, wordt ingestemd met die betalingsregeling. 2.. Indien het eerste lid niet van toepassing is, is de hoogte van het door de debiteur maandelijks te betalen bedrag gelijk aan 5% van de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag plus 50% van het bedrag waarmee het netto inkomen exclusief vakantietoeslag van de debiteur meer bedraagt dan de toepasselijke bijstandsnorm exclusief vakantietoeslag. 3.. Indien de vordering of bestuursrechtelijke geldschuld niet binnen de gegeven betalingstermijn is voldaan of een getroffen betalingsregeling niet correct wordt nagekomen, volgen verdere invorderingsmaatregelen, niet zijnde een betalingsregeling. 4.. In afwijking van het bepaalde in het derde lid worden geen verdere invorderingsmaatregelen getroffen voor zover daar op basis van artikel 4 3e lid van wordt afgezien. 5.. In afwijking van het bepaalde in het derde lid volgen er geen verdere invorderingsmaatregelen, voor zover er nog geen beslag of verrekening plaatsvindt, indien er een betalingsvoorstel is ingediend en de debiteur aannemelijk heeft gemaakt dat de vordering niet in één termijn kan worden voldaan, zolang op dat voorstel nog niet is beslist en volgen evenmin verdere invorderingsmaatregelen indien een betalingsregeling als bedoeld in het eerste, of tweede lid is getroffen en die correct wordt nagekomen. 6.. Indien de debiteur niet tijdig tot een correcte betaling overgaat, en er reeds sprake is van een beslaglegging, wordt een gelegd beslag niet ingetrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel