Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3.
Niet voor subsidie in aanmerking komen:
personele kosten, niet zijnde personele kosten van een vakleerkracht muziek, drama of dans;
kosten van activiteiten, materialen (niet zijnde materialen als bedoeld in artikel 3 onder d) of huisvesting die niet direct gerelateerd zijn aan cultuureducatie;
kosten van de ontwikkeling van een beleidsplan cultuureducatie en reguliere nascholing van docenten.
Artikel 5.
Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Onderdeel van Subsidieregeling cultuureducatie primair onderwijs, gemeente Steenbergen 2015