Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3

Omvang van eigen bijdragen en het eigen aandeel

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Oostzaan 2014

1.. In artikel 8 van de verordening is aangegeven dat voor individuele voorzieningen, met uitzondering van de rolstoel en voorzieningen voor kinderen jonger dan 18 jaar een eigen bijdrage of eigen aandeel verschuldigd is. 2.. Voor een voorziening die verstrekt wordt in de vorm van een forfaitaire financiële tegemoetkoming wordt geen eigen aandeel opgelegd. 3.. De bedragen en het percentage die gelden voor een eigen bijdrage zijn gelijk aan de bedragen zoals opgenomen in het Besluit maatschappelijke ondersteuning, Stb. 2006 nr. 450, artikel 4.1, lid 1, zoals jaarlijks aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 4.. Vaststelling en inning van de eigen bijdrage en het eigen aandeel vindt plaats door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). 5.. De hoogte van de eigen bijdrage in 2014 wordt vastgesteld op basis van het verzamelinkomen van de aanvrager en dat van zijn eventuele partner in 2012. De gegevens over het verzamelinkomen worden overgenomen van de definitieve aanslag inkomstenbelasting van de belastingdienst. 6.. Bij een persoonsgebonden budget wordt de eigen bijdrage niet ingehouden op het persoonsgebonden budget. Dit betekent dat de aanvrager, evenals bij zorg in natura, geld moet reserveren om de door het Centraal Administratie Kantoor (CAK) opgelegde eigen bijdrage te betalen. 7.. De grondslag voor het berekenen van de eigen bijdragen of het eigen aandeel is de kostprijs van de voorziening of de geïndiceerde hulp bij het huishouden. 8.. De kostprijs van de voorziening is gebaseerd op de (nieuw)prijs van de voorziening inclusief eventuele onderhoudskosten. 9.. De kostprijs van de geïndiceerde hulp in het huishouden is gebaseerd op het aantal geïndiceerde uren hulp bij het huishouden vermenigvuldigd met het uurtarief van de betreffende soort hulp bij het huishouden. Voor 2014 zijn de uurtarieven: €21,- voor hulp bij het huishouden categorie 1; €23,75 voor hulp bij het huishouden categorie 2; €26,- voor hulp bij het huishouden categorie 3. 10.. De eigen bijdrage die verschuldigd is bedraagt maximaal de kostprijs van de voorziening in natura of de geïndiceerde hulp bij het huishouden, respectievelijk het bedrag van het persoonsgebonden budget.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel