Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3.

Vaststelling waarde van de woning

Onderdeel van Beleidsregels Krediethypotheek gemeente Waterland 2015

1.. De geldlening als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is ten hoogste de waarde van de woning, de woonwagen of het woonschip in het economisch verkeer bij vrije oplevering, verminderd met de hypotheekschuld en het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel d, van de Participatiewet. 2.. De waarde van de woning, de woonwagen of het woonschip wordt vastgesteld overeenkomstig de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering zoals opgenomen in artikel 34, eerste lid van de Participatiewet. De woning, de woonwagen of het woonschip dient getaxeerd te worden door een in overleg met belanghebbende aan te wijzen erkende makelaar/taxateur, tenzij al een taxatierapport van niet ouder dan twaalf maanden aanwezig is. Dit taxatierapport moet uitgaan van de waarde van de woning, de woonwagen of het woonschip, indien onbewoond en vrij van huur. 3.. De kosten van taxatie, de hypotheekakte, de inschrijving van de hypotheek en de bijkomende kosten komen ten laste van de eigenaar. De bijstand voor deze kosten worden aangemerkt als bijzondere bijstand. Indien niet wordt overgegaan tot het vestigen van een krediethypotheek buiten de schuld van belanghebbende kunnen de kosten van taxatie als bijzondere bijstand om niet aan belanghebbende worden verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel