**1..** Het college stelt de hoogte van de aflossing op leenbijstand tijdens de bijstandsverlening vast op 6% van de geldende bijstandsnorm.
**2..** Voor niet verwijtbare leenbijstand, die bovendien niet is teruggevorderd, geldt dat het restant buiten invordering wordt gesteld wanneer minimaal 36 aaneengesloten volledige aflossingstermijnen zijn voldaan. Belanghebbende dient hiervoor zelf een schriftelijk verzoek te doen. Belanghebbende ontvangt van de kwijtschelding een beschikking waarin het bedrag van de kwijtschelding staat vermeld.
**3..** Wanneer belanghebbende onvoldoende besef van verantwoordelijkheid kan worden verweten met betrekking tot het ontstaan of voortduren van de situatie welke tot het verstrekken van (verwijtbare) leenbijstand leidt, dient in beginsel de geldlening volledig te worden terugbetaald, ook al zou de periode van aflossing langer voortduren dan 36 maanden. In deze situatie dient het aflossingsbedrag voor diegenen die een Participatiewet-uitkering ontvangen in beginsel te worden bepaald op 10% van de toepasselijke bijstandsnorm plus toeslag.
**4..** Wanneer de belanghebbende niet meer aangewezen is op een uitkering en bijvoorbeeld inkomsten heeft uit arbeid, vindt heroverweging plaats over de hoogte van de aflossing. De hoogte van het aflossingsbedrag wordt individueel bepaald door het maken van een draagkrachtberekening.
HOOFDSTUK 4
Artikel 10
Kwijtschelding bij geldleningen
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015