Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 14

Bevoegdheid tot verrekening en beslaglegging

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015

1.. Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om op grond van artikel 60, derde en vierde lid en artikel 60a van de Participatiewet en artikel 28, tweede en derde lid van de IOAW en IOAZ over te gaan tot verrekening en beslaglegging door middel van vereenvoudigd derdenbeslag op grond van artikel 60, vijfde lid van de Participatiewet en artikel 28, vijfde lid van de IOAW en IOAZ. 2.. Voorschotten en inkomsten uit de voorafgaande zes maanden van de algemene bijstand worden niet als terugvordering beschouwd, maar kunnen direct aansluitend verrekend worden met een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW, IOAZ of het Bbz. 3.. Indien een onverschuldigd betaalde uitkering is teruggevorderd is het college bevoegd tot verrekening met een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW en IOAZ, WW, IOW, ZW, WAO, WIA, Wamil, WAZ, TW, Wajong, AOW en ANW. 4.. Indien een uitkering is verleend in de vorm van een geldlening op grond van de Participatiewet is het college bevoegd tot verrekening van deze lening met de ontvangen algemene bijstand op grond van de Participatiewet, IOAW, IOAZ, WW, IOW, ZW, WAO, WIA, Wamil, WAZ, TW, Wajong, AOW en ANW. 5.. Indien een onverschuldigd betaalde uitkering is teruggevorderd en belanghebbende voldoet niet of niet behoorlijk aan zijn verplichting tot terugbetaling, is het college bevoegd, na aanmaning, over te gaan tot bekendmaking van het dwangbevel door middel van toezending per post aan belanghebbende. 6.. Indien een belanghebbende niet binnen twee weken voldoet aan het dwangbevel kan worden overgegaan tot executie van de vordering, door het leggen van vereenvoudigd derdenbeslag of door de invordering over te dragen aan de deurwaarder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel