**1..** Opschorting van het recht op een uitkering vindt plaats indien belanghebbende:
geen of onvoldoende bewijsstukken overlegt;
bewijsstukken niet of niet tijdig verstrekt en hem dit te verwijten valt;
anderszins onvoldoende medewerking verleent;
op een ander adres woont dan waaronder belanghebbende en/of het gezin staat ingeschreven in de Basisregistratie persoonsgegevens (BPR).
**2..** Geen opschorting vindt plaats indien het verzuim of de afwijking belanghebbende redelijkerwijs niet te verwijten valt.
HOOFDSTUK 2
Artikel 3
Opschorting van het recht op een uitkering
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015