Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 9.

Over te leggen stukken

Onderdeel van Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen

Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder administratief beheer. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder administratief beheer te worden overgelegd, ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. Elke begraving in een particulier graf wordt een grafrusttermijn toegekend van 20 jaar. De verlenging bij de tweede begraving in het graf dient te worden aangevraagd door de rechthebbende. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging bij een tweede begraving binnen tien jaar na de eerste begraving wordt naar boven toe afgerond met een periode van tien jaar na de einddatum grafrecht. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging bij een tweede begraving na tien jaar na de eerste begraving wordt naar boven toe afgerond met een periode van 20 jaar na de einddatum grafrecht. Termijn 2de begraving na 1ste begraving Verplichte verlenging Grafrust tweede begraving 1 -- 10 jaar 10 jaar Tussen 20 en 29 jaar >10 jaar 20 jaar Tussen 20 en 29 jaar 5.De desbetreffende beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Rechtspraak bij dit artikel