Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 10.

Gedragingen IOAW en IOAZ

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Westland 2015

Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of de arbeidsverplichting op grond van de artikelen 37 en 38 van de IOAW, de artikelen 37 en 38 van de IOAZ niet of onvoldoende wordt nagekomen worden onderscheiden in de volgende categorieën; Eerste categorie: het niet tijdig registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of het niet tijdig verlengen van de registratie. Tweede categorie: Het niet voldoen aan een oproep om op een bepaalde plaats en tijd te verschijnen in verband met arbeidsinschakeling of een tegenprestatie, zoals bedoeld in artikel 13, tweede lid van de IOAW en IOAZ; Het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAW of artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAW; Het zich onvoldoende inzetten om algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen door het niet of onvoldoende solliciteren. Derde categorie: het niet nakomen door de belanghebbende van een of meer van de volgende verplichtingen: Het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; Het uitvoering geven aan de door het college opgelegde verplichting om ingeschreven te staan bij een uitzendbureau; Het naar vermogen verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid in een andere dan de gemeente van inwoning, alvorens naar die andere gemeente te verhuizen; Bereid zijn om te reizen over een afstand met een totale reisduur van 3 uur per dag, indien dat noodzakelijk is voor het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; Bereid zijn om te verhuizen, indien het college is gebleken dat er geen andere mogelijkheid is voor het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, en de belanghebbende een arbeidsovereenkomst met een duur van tenminste een jaar en een netto beloning die tenminste gelijk is aan de voor de belanghebbende geldende bijstandsnorm, kan aangaan; Het verkrijgen en behouden van kennis en vaardigheden, noodzakelijk voor het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; Het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid niet belemmeren door kleding, gebrek aan persoonlijke verzorging of gedrag; Het gebruik maken van door het college aangeboden voorzieningen, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling en mee te werken aan onderzoek naar zijn of haar mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; Het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel