**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
college: het college van burgemeester en wethouders;
raad: de gemeenteraad;
wet: de Participatiewet, IOAW of IAOZ;
uitkering: algemene en bijzondere bijstand in het kader van de Participatiewet dan wel een uitkering in het kader van de IOAW of IOAZ;
handhaving: een stelsel van preventieve en repressieve maatregelen gericht op het voorkomen, ontmoedigen en bestrijden van misbruik of oneigenlijk gebruik van een uitkering;
fraude: het verwijtbaar achterhouden van informatie of verwijtbaar onjuiste informatie verstrekken, met het doel een (hogere) uitkering te ontvangen dan waarop men recht zou hebben bij juiste en/of volledige informatieverstrekking;
misbruik: het verwijtbaar ontvangen van een uitkering in strijd met wettelijke voorschriften;
oneigenlijk gebruik: het ontvangen van een uitkering volgens de regels van de wet, maar in strijd met of buiten de bedoeling van de wet zoals die bij de totstandkoming van de wet bestond;
inlichtingenplicht: de plicht zoals bedoeld in de wet, of de verplichtingen bedoeld in artikel 30c tweede en derde lid, Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
aangiftegrens: de grens als bedoeld in de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude.
**2..** De begripsbepalingen uit de Participatiewet, IOAW, IOAZ en de Awb zijn op deze verordening van toepassing, tenzij daarvan uitdrukkelijk wordt afgeweken.