Wanneer voor een complex woningen een beheersplan is
opgesteld kunnen aanvullende toelatingseisen gelden ten
aanzien van de aspirant-huurders. In het advertentiemedium
wordt hiervan melding gemaakt.
De eigenaar van de woonruimte dient vooraf een gemotiveerd
verzoek in te dienen om met vrijkomende woningen te
adverteren als bedoeld in lid 1 van dit artikel.
Burgemeester en wethouders dienen vooraf op zijn gemotiveerd
verzoek schriftelijk aan de eigenaar van de woonruimte
toestemming te verlenen voor de wijze van adverteren als
bedoeld in lid 1. De toestemming bevat ondermeer een
aanduiding van de duur van de toestemming en inhoudelijke
voorschriften.
Paragraaf 2.4 Inschrijving
Artikel 2.4.1 Register van woningzoekenden
a. Ter bevordering van een doelmatige verdeling van ter
beschikking gekomen woningen dragen burgemeester en
wethouders zorg voor het aanleggen en bijhouden van een
register van woningzoekenden die in aanmerking willen komen
voor een huurwoning.
b.Burgemeester en wethouders kunnen ook besluiten een
dergelijk register aan te leggen voor woningzoekenden die in
aanmerking willen komen voor een nieuw te bouwen
koopwoning.
In het register worden op hun verzoek als woningzoekenden
ingeschreven de huishoudens die voldoen aan de volgende
eisen:
tenminste één der leden is 18 jaar of ouder;
tenminste één van de volwassen leden heeft een
economische of maatschappelijke binding aan de
provincie, of behoort tot de in artikel 13c van de
Wet genoemde beschermde groepen, of verblijft in een
opvangtehuis of erkende hulp- en
dienstverleningsinstelling in de provincie waarover
met betrekking tot het toewijzen van woonruimte in
regionaal verband afspraken zijn gemaakt en
de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse
nationaliteit of verblijven hier rechtmatig.
Indien hiertoe vooraf algemene, lokaal of bovenlokaal
geldende, afspraken gemaakt zijn in het kader van een
Laatste Kansbeleid met de in de gemeente werkzame
corporaties die op verzoek door iedere woningzoekende zijn
in te zien, kunnen burgemeester en wethouders een verzoek
als bedoeld in lid 2 weigeren, indien:
het een moeilijk plaatsbare betreft die:
door een gerechtelijke uitspraak wegens wanbetaling uit een
woning van een aan het aanbodmodel als omschreven in artikel
2.6.1 deelnemende verhuurder in de regio, is gezet en
geen afbetalingsregeling tegen gangbare voorwaarden rond de
maximale afbetalingscapaciteit met de vorige verhuurder is
overeengekomen dan wel een dergelijke afbetalingsregeling
niet nakomt.
-het een moeilijk plaatsbare betreft:
die door een gerechtelijke uitspraak is uitgezet om
reden van ernstige inbreuk op het woongenot van
omwonenden, èn;
ernstig rekening moet worden gehouden met herhaling,
èn;
gebleken is dat, gegeven het risico van herhaling,
binnen het bezit van de aan het aanbodsysteem
deelnemende verhuurders geen zodanige woonruimte
beschikbaar is of komt, dat verdere inbreuk op het
woongenot van omwonenden voorkomen kan worden.
de weigering van het verzoek bestrijkt een periode van 3
jaar.
Artikel 2.4.2 Aanvraag tot inschrijving
Een aanvraag tot inschrijving als woningzoekende richt men
door middel van een daartoe bestemd formulier aan
burgemeester en wethouders.
Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van
bescheiden eisen die zij voor de beoordeling van de aanvraag
nodig oordelen.
Als inschrijvingsdatum geldt het moment waarop alle voor
beoordeling van de aanvraag benodigde gegevens zijn
ingediend en de leges dan wel administratiekosten zijn
betaald.
Artikel 2.4.3 Bewijs van inschrijving
Burgemeester en wethouders verstrekken aan de in het
register ingeschreven woningzoekenden een bewijs van
inschrijving, waarop de volgende gegevens worden
vermeld:
naam van de aanvrager;
geboortedatum van de aanvrager;
adresgegevens;
doorstroomgegevens
inschrijvingsdatum
Een inschrijvingsbewijs van de ene gemeente in de regio
geldt tevens als inschrijvingsbewijs voor andere gemeenten
in de regio.
Artikel 2.4.4 Geldigheidsduur
De inschrijving in het register is 1 jaar geldig.
De inschrijving wordt jaarlijks met 1 jaar verlengd, indien
de woningzoekende daarom tijdig op de in de gemeente
gebruikelijke wijze, schriftelijk heeft verzocht via een
daartoe bestemd formulier.
Burgemeester en wethouders halen elke inschrijving het
huishouden betreffende door indien:
de woningzoekende daarom verzoekt;
de woningzoekende een huisvestingsvergunning voor
het betrekken van woonruimte in de regio heeft
verkregen;
de woningzoekende niet meer aan de
inschrijvingseisen voldoet;
de woningzoekende niet tijdig op de in de gemeente
gebruikelijke wijze, schriftelijk heeft verzocht om
verlenging van de inschrijving met een jaar via een
daartoe bestemd formulier;
de woningzoekende gedurende de geldigheidstermijn
van de inschrijving de door hem of haar bewoonde
huurwoning in eigendom heeft verworven van een
verhuurder die deelneemt aan het aanbodsysteem als
omschreven in artikel 2.6.1.;
het een moeilijk plaatsbare betreft die uit de
huidige woning is of wordt gezet en die volgens de
criteria die in artikel 2.4.1 lid 3 zijn gesteld
zich niet zou kunnen inschrijven als
woningzoekende.
Burgemeester en wethouders kunnen een inschrijving tevens
doorhalen indien de woningzoekenden in één of meer gemeenten
van de regio twee of meer keren voor een huurwoning of
koopwoning ingeschreven staat in het
woningzoekendenregister. In dat geval wordt de oudste
inschrijfdatum gehandhaafd.
Paragraaf 2.5 Urgentie
Artikel 2.5.1 Urgent woningzoekenden
Burgemeester en wethouders kunnen een in het register
ingeschreven woningzoekende, die voldoet aan een van de
onder lid 4 genoemde indicatiegronden, urgent verklaren,
waarbij de volgende voorwaarden van toepassing zijn:
de woningzoekende is ingezetene van de regio;
de woningzoekende beschikt(e) over zelfstandige woonruimte
in de regio;
er is sprake van een bijzondere persoonlijke
noodsituatie;
de woningzoekende kan aantonen eerst zelf naar een oplossing
te hebben gezocht;
een verhuizing binnen zes maanden is noodzakelijk èn
de woningzoekende is niet in staat om zelf binnen zes
maanden voor passende huisvesting te zorgen via het
aanbodsysteem als bedoeld in artikel 2.6.1. of op andere
wijze.
De in het vorige lid gestelde voorwaarden 1d. tot en met 1f.
zijn niet van toepassing voor urgentie op grond van een
volkshuisvestelijke indicatie.
In afwijking van lid 1a vervalt het vereiste van het bewonen
van een, volgens het bestemmingsplan, voor permanente
bewoning bestemde woonruimte indien bij een aanvraag om een
medische indicatie de medisch adviseur positief
adviseert.
Er zijn de volgende indicatiegronden voor urgentie:
A.Sociale indicatie
Sociaal geïndiceerden zijn ingezetenen van de regio die in
verband met sociale problemen in combinatie met
omstandigheden in de huidige in de regio gelegen woning
dringend op korte termijn een andere woning nodig hebben.
Alleen onder de navolgende genoemde omstandigheden wordt een
sociale indicatie verleend:
a.Dreigende dakloosheid buiten eigen schuld of
toedoen
Degenen die buiten eigen schuld of toedoen hun woonruimte
moeten verlaten kunnen uitsluitend in de volgende gevallen
in aanmerking komen voor urgentie:
het onvoorzienbaar moeten verlaten van een echte
dienstwoning, voor zover de werkgever de werknemer
tot vrije oplevering heeft gedwongen;
het verlaten van woonruimte ten gevolge van een
gerechtelijk (niet zijnde echtscheidings)vonnis,
voor zover dit niet door de betrokkene voorkomen had
kunnen worden;
een calamiteit zoals brand of overstroming.
Het verzoek om sociale indicatie voor urgentie moet
uiterlijk binnen een maand na het ontstaan van de
dakloosheid buiten eigen schuld of toedoen worden
gedaan.
b.Relatiebeëindiging
Degenen die de zorg voor minderjarige kinderen hebben en bij
wie de kinderen geregistreerd staan volgens de gemeentelijke
basisadministratie van een van de regiogemeenten, kunnen in
aanmerking komen voor urgentie nadat een (voorlopige)
voorziening bij echtscheiding is getroffen (waarbij urgentie
op basis van voorlopige voorziening alleen kan worden
afgegeven indien aantoonbaar het echtscheidingsverzoek is
ingediend), danwel sprake is van verbreking van een
geregistreerd partnerschap, een notarieel vastgelegd
samenlevingscontract dan wel blijkend uit de Gemeentelijke
basisadministratie, voor zover:
in geval van echtscheiding:
de rechter heeft afgeweken van het verzoek tot
toewijzing van de in de regio gelegen woning door
de partij, die de zorg voor het (de) minderjarige
kind(eren) op zich neemt en
aantoonbaar is dat in de
echtscheidingsprocedure het recht om in de huidige
woning te blijven wonen, alsmede voldoende
alimentatie of ander inkomen om de woonlasten op
te kunnen brengen zijn geclaimd en
het verzoek om sociale indicatie voor urgentie
binnen drie maanden na de gerechtelijke uitspraak
wordt gedaan.
in geval van verbreking van een geregistreerd
partnerschap of een notarieel vastgelegd
samenlevingscontract, dan wel blijkend uit de
Gemeentelijke basisadministratie dat betrokkenen
minimaal 2 jaar samenwonen:
-aantoonbaar is door middel van een
schriftelijk en aangetekend verzoek dat door de
partij die de zorg voor het (de) minderjarige
kind(eren) op zich neemt het recht om in de
huidige, in de regio gelegen, woning te blijven
wonen, alsmede voldoende alimentatie of ander
inkomen om de woonlasten op te kunnen brengen zijn
geclaimd en
het verzoek om sociale indicatie voor urgentie
binnen drie maanden na verbreking van de relatie
wordt gedaan.
Aan de onder I. en II. genoemde verplichting tot het claimen
van het recht om in de huidige woning te blijven wonen,
alsmede voldoende alimentatie of ander inkomen te claimen om
de woonlasten op te kunnen brengen, hoeft niet te worden
voldaan als schriftelijk aantoonbaar kan worden gemaakt dat
het niet zinvol is een dergelijke claim te leggen.
Hiervan is in ieder geval sprake indien:
de betreffende woning op naam van de partner
staat, voor zover er geen sprake is van een
gemeenschap van goederen;
de partner waarbij de claim zou worden
neergelegd slechts een uitkering op
bijstandsniveau heeft.
Relatie-beëindiging met gedeelde zorg voor
minderjarige kinderen (co-ouderschap)
In het geval van co-ouderschap kan slechts urgentie aan één
van de ouders worden verleend. De hierboven onder b, I en II
genoemde voorwaarden zijn van overeenkomstige toepassing. In
het geval dat één van beide ouders in de huidige woning kan
blijven wonen wordt in geval van co-ouderschap geen urgentie
verleend aan de andere ouder.
d.Financiële omstandigheden
Ingezetenen van de regio, die de zorg voor
minderjarige kinderen hebben en bij wie de
kinderen geregistreerd staan, die buiten eigen
schuld financieel in zodanige problemen zitten dat
zij de woonlasten niet meer op kunnen brengen,
kunnen uitsluitend in aanmerking komen voor
urgentie indien de betrokkene daadwerkelijk in
aanmerking komt voor een uitkering uit een
gemeentelijk woonlastenfonds, danwel een
woonkostentoeslag van de sociale dienst, met
daaraan verbonden de voorwaarde om te zien naar
goedkope woonruimte. De financiële problemen mogen
niet direct het gevolg zijn van
relatiebeëindiging.
Voorts kunnen ingezetenen van de regio in
aanmerking komen voor urgentie indien zij buiten
eigen schuld of toedoen hun woonruimte moeten
verlaten als gevolg van het overschrijden van de
maximale huurgrens voor huurtoeslag indien gegeven
het inkomen recht op huurtoeslag bestaat.
Medische indicatie
Ingezetenen van de regio, die in een om medische redenen
(fysiek/psychisch) onhoudbare woonsituatie verkeren en om
die reden een indicatie voor andere woonruimte hebben
ontvangen, kunnen in aanmerking komen voor urgentie.
Datzelfde geldt voor ingezetenen van de regio die te maken
hebben met een als gevolg van de woonsituatie zeer
progressief ziektebeeld. Indien in het kader van de Wet
Voorzieningen Gehandicapten verhuizing wordt aanbevolen in
verband met ergonomische belemmeringen door ernstige fysieke
belemmeringen kan aan ingezetenen van de regio urgentie
worden verleend, mits verhuizen naar oordeel van
burgemeester en wethouders spoedeisend is en de goedkoopst
adequate voorziening is.
C.Volkshuisvestelijke indicatie
Huurders en eigenaar-bewoners van woningen in de regio die
in het belang van de volkshuisvesting of ter uitvoering van
openbare werken in het algemeen belang, gesloopt of
ingrijpend verbeterd moeten worden, kunnen in aanmerking
komen voor urgentie.
Burgemeester en wethouders kunnen bij afgifte van de
urgentie als hierboven bedoeld bepalen dat betrokken
bewoners na voltooiing van de werken eenmalig een vooraf te
bepalen passend aanbod krijgen tot terugkeer in het
ingrijpend verbeterde of nieuwgebouwde complex. Wanneer geen
passend aanbod als bedoeld in paragraaf 2.3. kan worden
geboden in het ingrijpend verbeterde dan wel nieuwgebouwde
complex, kan eenmalig een passend aanbod tot terugkeer
elders in de woonbuurt worden gedaan.
D.Maatschappelijke indicatie
Woningzoekenden die in verband met navolgende omstandigheden
dringend woonruimte nodig hebben kunnen in aanmerking komen
voor urgentie, het betreft hier:
-personen die verblijven in een van gemeentewege erkend
opvangtehuis in de regio of uit een van gemeentewege erkende
hulp- en dienstverleningsinstellingen in de regio, over wie
met betrekking tot toewijzing van woonruimte in regionaal of
lokaal verband afspraken zijn gemaakt.
Artikel 2.5.2 Aanvraag en besluitvorming tot
urgentie
De woningzoekende die meent voor een sociale of
medische indicatie voor urgentie in aanmerking te
komen, dient hiertoe een schriftelijke aanvraag in
bij burgemeester en wethouders van de woongemeente.
De aanvraag dient in ieder geval een motivering te
bevatten, waarin wordt vermeld:
de aard van de persoonlijke problematiek;
de relatie van deze problematiek met de huidige
woonsituatie en
de argumentatie op grond waarvan verhuizing binnen
een jaar absoluut noodzakelijk is.
Bij een aanvraag om toekenning van een medische
indicatie voor urgentie winnen burgemeester en
wethouders advies in bij een door hen aan te wijzen
medisch adviseur.
Bij een aanvraag om toekenning van een sociale
indicatie voor urgentie kunnen burgemeester en
wethouders zich laten adviseren door een door hen
aan te wijzen instantie.
Een aanvraag kan voor één indicatiegrond worden
ingediend. Een aanvraag om toekenning van een
indicatie voor urgentie waarover in het verleden
reeds is beslist, wordt alleen dan in behandeling
genomen indien er sprake is van gewijzigde feiten en
omstandigheden.
a. De aanvraag voor een volkshuisvestelijke
indicatie voor urgentie kan uitsluitend schriftelijk
door de eigenaar van een woning bij burgemeester en
wethouders worden ingediend.
b.De aanvraag voor een maatschappelijke indicatie
voor urgentie kan uitsluitend worden ingediend bij
burgemeester en wethouders door (personen die
verblijven in) een van gemeentewege erkend
opvangtehuis in de regio of een van gemeentewege
erkende hulp- en dienstverleningsinstellingen in de
regio, waarover met betrekking tot de toewijzing van
woonruimte in regionaal of lokaal verband afspraken
zijn gemaakt.
Artikel 2.5.3 Beperkte keuzemogelijkheid
urgenten
Bij urgentieverlening stellen burgemeester en
wethouders een zoekprofiel vast.
Urgent woningzoekenden met een sociale-, medische of
maatschappelijke indicatie, kunnen met hun status
"urgent" uitsluitend reageren op het regionale
aanbod van passende flatwoningen vanaf de 1e
verdieping. In geval van een medische indicatie kan
hiervan worden afgeweken indien in het advies van de
medisch adviseur als bedoeld in artikel 2.5.2 lid 2
uitdrukkelijk een ander woningtype wordt
geadviseerd.
Burgemeester en wethouders kunnen van het standaard
regionale zoekprofiel als bedoeld in lid 2 afwijken,
wanneer het belet dat de urgent woningzoekende
lokaal een passende woning krijgt toegewezen, omdat
in de lokale woningvoorraad bepaalde woningtypen
ontbreken of naar verwachting niet binnen 6 maanden
vrij voor verhuur komen en huisvesting in de
woongemeente sociaal of maatschappelijk,
noodzakelijk wordt geacht. In dit geval wordt door
burgemeester en wethouders een tweede zoekprofiel
vastgesteld, waarmee de urgent woningzoekende
uitsluitend op het woningaanbod in de huidige
woongemeente kan reageren.
Urgent woningzoekenden met een volkshuisvestelijke
indicatie, kunnen met hun status "urgent" reageren
op het regionale woningaanbod die qua woningtype
vergelijkbaar zijn met de huidige woning die
gesloopt of ingrijpend verbeterd moet worden.
Artikel 2.5.4 Intrekken urgentie
Burgemeester en wethouders trekken een
urgentieverklaring in, indien:
niet langer aan de vereisten voor het
verkrijgen van een urgentieverklaring wordt
voldaan;
de urgentieverklaring is verstrekt op grond
van gegevens waarvan de woningzoekende wist of
redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of
onvolledig waren;
de urgente in de eerste zes maanden na het
verkrijgen van de urgentie niet zelf actief heeft
gereageerd op aantoonbaar passend aanbod in de
regionale woningkrant;
de urgente eenmaal een naar het oordeel van
burgemeester en wethouders passende woonruimte in
de regio heeft aangeboden gekregen.
Na het intrekken van een urgentieverklaring kan niet
op grond van dezelfde omstandigheden opnieuw een
urgentie worden aangevraagd.
Paragraaf 2.6 Toewijzen van woonruimte
Artikel 2.6.1 Aanbodsysteem voor de toewijzing van
huurwoningen
1.Burgemeester en wethouders verlenen geregistreerde
woningzoekenden medewerking bij het verkrijgen van
zelfstandige woonruimte door middel van het
aanbodsysteem.
Vrijkomende woonruimte van verhuurders die deelnemen
aan het aanbodsysteem wordt geplaatst in het
advertentiemedium, met uitzondering van:
woonruimte ten behoeve van
verblijfsgerechtigden en statushouders;
wisselwoningen en plankwoningen ten behoeve
van tijdelijke huisvesting;
woonruimte ten behoeve van te bemiddelen
urgenten en ten behoeve van bijzondere categorieën
woningzoekenden;
afhankelijk van de lokale situatie of de
situatie in de regio: woonruimte die als geheel
met instemming van de eigenaar bestemd wordt of is
voor bewoning door een woongroep;
afhankelijk van de lokale situatie of de
situatie in de regio: zelfstandige woonruimte die
onderdeel uitmaakt van een groepswooncomplex, wat
blijkt uit het gemeenschappelijk beheer van
verblijfsruimte(n) en/of gemeenschappelijk gebruik
van voorzieningen in het betreffende complex;
afhankelijk van de lokale situatie of de
situatie in de regio: standplaatsen voor
woonwagens;
afhankelijk van de lokale situatie of de
situatie in de regio: gehandicaptenwoningen,
woningen voor minder validen en seniorenwoningen
met zorgvoorzieningen;
afhankelijk van een overeenkomst als bedoeld
in artikel 2.8.1, lid twee: woonruimte als
onderdeel van Lokaal Maatwerk.
Burgemeester en wethouders kunnen bijzondere
categorieën woningzoekenden en woningzoekenden met
een indicatie urgent door bemiddeling medewerking
verlenen bij het verkrijgen van woonruimte, indien
zij er niet in slagen binnen 6 maanden na afgifte
urgentie op eigen initiatief passende woonruimte te
vinden. Deze bemiddeling vindt binnen 12 maanden
plaats nadat de urgentieverklaring is
afgegeven.
Het advertentiemedium verschijnt periodiek per
gemeente dan wel per groep van gemeenten in de
regio. Het advertentiemedium biedt inzicht in het
aanbod van tenminste de woonruimte in beheer bij
corporaties en waarvoor het vergunningenstelsel
geldt, van de gemeente of van de groep van gemeenten
in de regio. Het advertentiemedium moet tijdig voor
alle geïnteresseerde woningzoekenden in de regio
verkrijgbaar zijn.
Ter bepaling van de volgorde worden alle
belangstellende woningzoekenden op datum van
inschrijving gerangschikt. De woning wordt voor
verhuring aangeboden op volgorde van anciënniteit.
a Woningzoekenden met de status "urgent" hebben - in
afwijking van het bepaalde in het vorige lid -
voorrang boven alle andere kandidaten, indien de
woonruimte past binnen het door burgemeester en
wethouders voor de urgente vastgestelde zoekprofiel
en zij hebben gereageerd binnen de zoektermijn.
b De volgorde van toewijzing tussen urgenten wordt op basis
van anciënniteit bepaald door de datum van de verlening van
de urgentie
c In afwijking van lid zes onder a, kunnen burgemeester en
wethouders met instemming van de eigenaar van woonruimte, in
het advertentiemedium woonruimte aanwijzen, waarop de status
"urgent", niet geldig is.
Alleen de reactie van de woningzoekende die voldoet
aan de voorwaarden die gelden voor de desbetreffende
woning, wordt in behandeling genomen.
De woningzoekende mag per uitgave van het
advertentiemedium op maximaal vier advertenties
reageren. Bij meer dan het vastgestelde aantal
reacties per uitgave, wordt het maximale aantal
reacties in behandeling genomen van de
desbetreffende woningzoekende.
Indien een advertentie tot een toewijzing leidt,
wordt daarvan in het advertentiemedium binnen
veertien dagen na ingang van de contractueel
overeengekomen eerste bewoningsdatum mededeling
gedaan. Ook van toewijzingen van woningen op grond
van het derde lid van dit artikel wordt in het
advertentiemedium binnen veertien dagen na ingang
van de contractueel overeengekomen eerste
bewoningsdatum mededeling gedaan in het
advertentiemedium.
Artikel 2.6.2 Toewijzing van koopwoningen
1.Bij het verkopen van nieuwe koopwoningen gaan doorstromers
voor op overige woningzoekenden met een binding aan de
provincie. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten de
mate van voorrang afhankelijk te stellen van de prijsklasse
waarin de huurwoning van de potentiële doorstromer zich
bevindt. Hierbij verdient het aanbeveling aan te sluiten bij
de bij ministeriële regeling bepaalde prijsgrenzen voor de
afbakening van de goedkope, de betaalbare en de bereikbare
huurwoningenvoorraad.
Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een deel van het
aanbod te reserveren voor starters of overige
woningzoekenden.
a. Bij de verkoop van nieuwbouw koopwoningen met een
koopsom tot € 133.725 (peildatum 1 juli 2005) gaan
huishoudens met een inkomen tot € 36.000 (peildatum
1 januari 2006) voor op huishoudens met een hoger
inkomen. Hierbij wordt uitgegaan van het laatst
bekende inkomen van het huishouden, zoals
gedefinieerd in art. 1.1 lid 19;
Burgemeester en wethouders passen jaarlijks het
hierboven genoemde bedrag van € 133.725 aan, aan het
voor het komende kalenderjaar geldende maximum voor
het in eigendom verkrijgen van een sociale
koopwoning. Burgemeester en wethouders verhogen het
hierboven genoemde bedrag van € 36.000 jaarlijks met
hetzelfde percentage als de door het Rijk bepaalde
ophoging van de 'inkomensgrenzen voor de doelgroep'.
De in lid 2 bij a en b genoemde koopsom wordt
periodiek aangepast aan het voor dat kalenderjaar
geldende, door het rijk vastgestelde maximumbedrag
voor het in eigendom verkrijgen van een
sociale-koopwoning.
Bij de selectie van belangstellende kandidaten
gelden als toelaatbare criteria:
bij woningen bestemd voor doorstromers: de
woningzoekende met de oudste datum van eerste
bewoning gaat voor;
bij woningen bestemd voor starters of overige
woningzoekenden geldt als toelaatbaar criterium:
inschrijfduur in lokaal of regionaal register als
bedoeld in paragraaf 2.4.1. lid 1, woonduur,
leeftijd dan wel loting.
Nieuwbouw koopwoningen moeten in ieder geval voor
verkoop worden aangeboden in het advertentiemedium
als bedoeld in artikel 2.6.1. Burgemeester en
wethouders kunnen bepalen dat tegelijkertijd het
aanbod via andere advertentiemedia bekend wordt
gemaakt.
Paragraaf 2.7 Standplaatsen voor een
woonwagen
Artikel 2.7.1 Register van
standplaatszoekenden
Met inachtneming van de inschrijvingseisen van
artikel 2.4.1 lid 2 houden burgemeester en
wethouders een register bij van
standplaatszoekenden, waarop de standplaatszoekenden
in de volgorde als aangegeven in artikel 2.7.2
worden genoteerd.
De standplaatszoekenden ontvangen van hun
inschrijving bericht.
Ter aanvulling op het bepaalde in artikel 2.4.4 lid
3, vervalt de inschrijving als standplaatszoekende
ook indien:
de standplaatszoekende een standplaats of een
woning in Nederland krijgt toegewezen en deze
accepteert;
de standplaatszoekende tweemaal een
standplaats door burgemeester en wethouders is
toegewezen en deze beide malen door de aanvrager
is geweigerd om naar het oordeel van burgemeester
en wethouders ongegronde redenen.
Artikel 2.7.2 Toewijzing van standplaatsen
1.Burgemeester en wethouders wijzen alleen een
standplaats toe aan een standplaatszoekende die
ingeschreven staat als bedoeld in artikel 2.7.1 lid
1.
Binnen het bepaalde in lid 1 geldt voor ingeschreven
woningzoekenden de volgende rangorde bij
toewijzing:
standplaatszoekenden worden afnemend
gerangschikt op de registratieduur van de
standplaatszoekende;
in afwijking van het gestelde in lid 2 a kan
voorrang worden verleend aan urgent
standplaatszoekenden met een volkshuisvestelijke
indicatie.
Artikel 2.7.3 Vergunning
1.Ter aanvulling op het bepaalde in artikel 2.2.3
wordt voor een standplaats voor een woonwagen een
huisvestingsvergunning verleend, indien aan de
volgende voorwaarden wordt voldaan:
de standplaatszoekende neemt in het in artikel
2.7.1 genoemde register de bovenste plaats in, of
de boven hem staande standplaatszoekenden willen
niet in aanmerking komen voor de standplaats;
voor het plaatsen van de woonwagen op de
standplaats is aan de huurder een bouwvergunning
verleend op grond van de Woningwet.
Paragraaf 2.3 blijft in geval van
standplaatszoekenden buiten toepassing.
Paragraaf 2.8 Organisatie en bevoegdheden
Artikel 2.8.1 Overeenkomsten
Burgemeester en wethouders kunnen met besturen
van woningcorporaties een overeenkomst sluiten
waarin afspraken worden neergelegd over de wijze
waarop de samenwerking op het terrein van de
woonruimteverdeling gestalte wordt gegeven.
Burgemeester en wethouders kunnen ook met andere
marktpartijen overeenkomsten afsluiten over
samenwerking bij woonruimteverdeling.
Door middel van Lokaal Maatwerk kunnen
burgemeester en wethouders met eigenaren of groep
van eigenaren van woonruimte, een overeenkomst
sluiten waarin afspraken worden neergelegd over de
wijze van toewijzing. De overeenkomst kan in de
plaats treden van het geheel of delen van deze
verordening, indien aan de volgende voorwaarden
wordt voldaan
Lokaal Maatwerk is toegestaan op maximaal 30% van
het vrijkomende aanbod van woonruimte onder de huur-
en koopprijsgrens in de gemeente, gemiddeld over de
3 voorgaande jaren.
Lokaal Maatwerk heeft betrekking op:
de verhouding inkomen – huur;
aanvullende toelatingseisen op complexniveau
bij beheerproblemen;
een ander toewijzingssysteem dan het
aanbodmodel;
gerichte doorstroming met voorrang voor
woningzoekenden die specifieke woonruimte
achterlaten;
de voorrangsregeling voor specifieke
doelgroepen van beleid;
de regeling Huur – Direct en
de regeling Experimenten
de voorrangsregeling voor gemeenten met
beperkte bouwmogelijkheden
De nadere uitwerking van lid 2b is opgenomen in Bijlage 1,
Artikelsgewijze Toelichting, van deze verordening.
Burgemeester en wethouders rapporteren jaarlijks
binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar
aan het Samenwerkingsverband Utrecht-West over het
gebruik van het maatwerkartikel.
De huisvesting van statushouders valt buiten lokaal
maatwerk
Artikel 2.8.2 Mandatering
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de uitoefening van hun
bevoegdheden krachtens hoofdstuk 2 te mandateren.