Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.4

Overige voorwaarden

Onderdeel van Huisvestingsverordening

Wanneer voor een complex woningen een beheersplan is opgesteld kunnen aanvullende toelatingseisen gelden ten aanzien van de aspirant-huurders. In het advertentiemedium wordt hiervan melding gemaakt. De eigenaar van de woonruimte dient vooraf een gemotiveerd verzoek in te dienen om met vrijkomende woningen te adverteren als bedoeld in lid 1 van dit artikel. Burgemeester en wethouders dienen vooraf op zijn gemotiveerd verzoek schriftelijk aan de eigenaar van de woonruimte toestemming te verlenen voor de wijze van adverteren als bedoeld in lid 1. De toestemming bevat ondermeer een aanduiding van de duur van de toestemming en inhoudelijke voorschriften. Paragraaf 2.4 Inschrijving Artikel 2.4.1 Register van woningzoekenden a. Ter bevordering van een doelmatige verdeling van ter beschikking gekomen woningen dragen burgemeester en wethouders zorg voor het aanleggen en bijhouden van een register van woningzoekenden die in aanmerking willen komen voor een huurwoning. b.Burgemeester en wethouders kunnen ook besluiten een dergelijk register aan te leggen voor woningzoekenden die in aanmerking willen komen voor een nieuw te bouwen koopwoning. In het register worden op hun verzoek als woningzoekenden ingeschreven de huishoudens die voldoen aan de volgende eisen: tenminste één der leden is 18 jaar of ouder; tenminste één van de volwassen leden heeft een economische of maatschappelijke binding aan de provincie, of behoort tot de in artikel 13c van de Wet genoemde beschermde groepen, of verblijft in een opvangtehuis of erkende hulp- en dienstverleningsinstelling in de provincie waarover met betrekking tot het toewijzen van woonruimte in regionaal verband afspraken zijn gemaakt en de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse nationaliteit of verblijven hier rechtmatig. Indien hiertoe vooraf algemene, lokaal of bovenlokaal geldende, afspraken gemaakt zijn in het kader van een Laatste Kansbeleid met de in de gemeente werkzame corporaties die op verzoek door iedere woningzoekende zijn in te zien, kunnen burgemeester en wethouders een verzoek als bedoeld in lid 2 weigeren, indien: het een moeilijk plaatsbare betreft die: door een gerechtelijke uitspraak wegens wanbetaling uit een woning van een aan het aanbodmodel als omschreven in artikel 2.6.1 deelnemende verhuurder in de regio, is gezet en geen afbetalingsregeling tegen gangbare voorwaarden rond de maximale afbetalingscapaciteit met de vorige verhuurder is overeengekomen dan wel een dergelijke afbetalingsregeling niet nakomt. -het een moeilijk plaatsbare betreft: die door een gerechtelijke uitspraak is uitgezet om reden van ernstige inbreuk op het woongenot van omwonenden, èn; ernstig rekening moet worden gehouden met herhaling, èn; gebleken is dat, gegeven het risico van herhaling, binnen het bezit van de aan het aanbodsysteem deelnemende verhuurders geen zodanige woonruimte beschikbaar is of komt, dat verdere inbreuk op het woongenot van omwonenden voorkomen kan worden. de weigering van het verzoek bestrijkt een periode van 3 jaar. Artikel 2.4.2 Aanvraag tot inschrijving Een aanvraag tot inschrijving als woningzoekende richt men door middel van een daartoe bestemd formulier aan burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van bescheiden eisen die zij voor de beoordeling van de aanvraag nodig oordelen. Als inschrijvingsdatum geldt het moment waarop alle voor beoordeling van de aanvraag benodigde gegevens zijn ingediend en de leges dan wel administratiekosten zijn betaald. Artikel 2.4.3 Bewijs van inschrijving Burgemeester en wethouders verstrekken aan de in het register ingeschreven woningzoekenden een bewijs van inschrijving, waarop de volgende gegevens worden vermeld: naam van de aanvrager; geboortedatum van de aanvrager; adresgegevens; doorstroomgegevens inschrijvingsdatum Een inschrijvingsbewijs van de ene gemeente in de regio geldt tevens als inschrijvingsbewijs voor andere gemeenten in de regio. Artikel 2.4.4 Geldigheidsduur De inschrijving in het register is 1 jaar geldig. De inschrijving wordt jaarlijks met 1 jaar verlengd, indien de woningzoekende daarom tijdig op de in de gemeente gebruikelijke wijze, schriftelijk heeft verzocht via een daartoe bestemd formulier. Burgemeester en wethouders halen elke inschrijving het huishouden betreffende door indien: de woningzoekende daarom verzoekt; de woningzoekende een huisvestingsvergunning voor het betrekken van woonruimte in de regio heeft verkregen; de woningzoekende niet meer aan de inschrijvingseisen voldoet; de woningzoekende niet tijdig op de in de gemeente gebruikelijke wijze, schriftelijk heeft verzocht om verlenging van de inschrijving met een jaar via een daartoe bestemd formulier; de woningzoekende gedurende de geldigheidstermijn van de inschrijving de door hem of haar bewoonde huurwoning in eigendom heeft verworven van een verhuurder die deelneemt aan het aanbodsysteem als omschreven in artikel 2.6.1.; het een moeilijk plaatsbare betreft die uit de huidige woning is of wordt gezet en die volgens de criteria die in artikel 2.4.1 lid 3 zijn gesteld zich niet zou kunnen inschrijven als woningzoekende. Burgemeester en wethouders kunnen een inschrijving tevens doorhalen indien de woningzoekenden in één of meer gemeenten van de regio twee of meer keren voor een huurwoning of koopwoning ingeschreven staat in het woningzoekendenregister. In dat geval wordt de oudste inschrijfdatum gehandhaafd. Paragraaf 2.5 Urgentie Artikel 2.5.1 Urgent woningzoekenden Burgemeester en wethouders kunnen een in het register ingeschreven woningzoekende, die voldoet aan een van de onder lid 4 genoemde indicatiegronden, urgent verklaren, waarbij de volgende voorwaarden van toepassing zijn: de woningzoekende is ingezetene van de regio; de woningzoekende beschikt(e) over zelfstandige woonruimte in de regio; er is sprake van een bijzondere persoonlijke noodsituatie; de woningzoekende kan aantonen eerst zelf naar een oplossing te hebben gezocht; een verhuizing binnen zes maanden is noodzakelijk èn de woningzoekende is niet in staat om zelf binnen zes maanden voor passende huisvesting te zorgen via het aanbodsysteem als bedoeld in artikel 2.6.1. of op andere wijze. De in het vorige lid gestelde voorwaarden 1d. tot en met 1f. zijn niet van toepassing voor urgentie op grond van een volkshuisvestelijke indicatie. In afwijking van lid 1a vervalt het vereiste van het bewonen van een, volgens het bestemmingsplan, voor permanente bewoning bestemde woonruimte indien bij een aanvraag om een medische indicatie de medisch adviseur positief adviseert. Er zijn de volgende indicatiegronden voor urgentie: A.Sociale indicatie Sociaal geïndiceerden zijn ingezetenen van de regio die in verband met sociale problemen in combinatie met omstandigheden in de huidige in de regio gelegen woning dringend op korte termijn een andere woning nodig hebben. Alleen onder de navolgende genoemde omstandigheden wordt een sociale indicatie verleend: a.Dreigende dakloosheid buiten eigen schuld of toedoen Degenen die buiten eigen schuld of toedoen hun woonruimte moeten verlaten kunnen uitsluitend in de volgende gevallen in aanmerking komen voor urgentie: het onvoorzienbaar moeten verlaten van een echte dienstwoning, voor zover de werkgever de werknemer tot vrije oplevering heeft gedwongen; het verlaten van woonruimte ten gevolge van een gerechtelijk (niet zijnde echtscheidings)vonnis, voor zover dit niet door de betrokkene voorkomen had kunnen worden; een calamiteit zoals brand of overstroming. Het verzoek om sociale indicatie voor urgentie moet uiterlijk binnen een maand na het ontstaan van de dakloosheid buiten eigen schuld of toedoen worden gedaan. b.Relatiebeëindiging Degenen die de zorg voor minderjarige kinderen hebben en bij wie de kinderen geregistreerd staan volgens de gemeentelijke basisadministratie van een van de regiogemeenten, kunnen in aanmerking komen voor urgentie nadat een (voorlopige) voorziening bij echtscheiding is getroffen (waarbij urgentie op basis van voorlopige voorziening alleen kan worden afgegeven indien aantoonbaar het echtscheidingsverzoek is ingediend), danwel sprake is van verbreking van een geregistreerd partnerschap, een notarieel vastgelegd samenlevingscontract dan wel blijkend uit de Gemeentelijke basisadministratie, voor zover: in geval van echtscheiding: de rechter heeft afgeweken van het verzoek tot toewijzing van de in de regio gelegen woning door de partij, die de zorg voor het (de) minderjarige kind(eren) op zich neemt en aantoonbaar is dat in de echtscheidingsprocedure het recht om in de huidige woning te blijven wonen, alsmede voldoende alimentatie of ander inkomen om de woonlasten op te kunnen brengen zijn geclaimd en het verzoek om sociale indicatie voor urgentie binnen drie maanden na de gerechtelijke uitspraak wordt gedaan. in geval van verbreking van een geregistreerd partnerschap of een notarieel vastgelegd samenlevingscontract, dan wel blijkend uit de Gemeentelijke basisadministratie dat betrokkenen minimaal 2 jaar samenwonen: -aantoonbaar is door middel van een schriftelijk en aangetekend verzoek dat door de partij die de zorg voor het (de) minderjarige kind(eren) op zich neemt het recht om in de huidige, in de regio gelegen, woning te blijven wonen, alsmede voldoende alimentatie of ander inkomen om de woonlasten op te kunnen brengen zijn geclaimd en het verzoek om sociale indicatie voor urgentie binnen drie maanden na verbreking van de relatie wordt gedaan. Aan de onder I. en II. genoemde verplichting tot het claimen van het recht om in de huidige woning te blijven wonen, alsmede voldoende alimentatie of ander inkomen te claimen om de woonlasten op te kunnen brengen, hoeft niet te worden voldaan als schriftelijk aantoonbaar kan worden gemaakt dat het niet zinvol is een dergelijke claim te leggen. Hiervan is in ieder geval sprake indien: de betreffende woning op naam van de partner staat, voor zover er geen sprake is van een gemeenschap van goederen; de partner waarbij de claim zou worden neergelegd slechts een uitkering op bijstandsniveau heeft. Relatie-beëindiging met gedeelde zorg voor minderjarige kinderen (co-ouderschap) In het geval van co-ouderschap kan slechts urgentie aan één van de ouders worden verleend. De hierboven onder b, I en II genoemde voorwaarden zijn van overeenkomstige toepassing. In het geval dat één van beide ouders in de huidige woning kan blijven wonen wordt in geval van co-ouderschap geen urgentie verleend aan de andere ouder. d.Financiële omstandigheden Ingezetenen van de regio, die de zorg voor minderjarige kinderen hebben en bij wie de kinderen geregistreerd staan, die buiten eigen schuld financieel in zodanige problemen zitten dat zij de woonlasten niet meer op kunnen brengen, kunnen uitsluitend in aanmerking komen voor urgentie indien de betrokkene daadwerkelijk in aanmerking komt voor een uitkering uit een gemeentelijk woonlastenfonds, danwel een woonkostentoeslag van de sociale dienst, met daaraan verbonden de voorwaarde om te zien naar goedkope woonruimte. De financiële problemen mogen niet direct het gevolg zijn van relatiebeëindiging. Voorts kunnen ingezetenen van de regio in aanmerking komen voor urgentie indien zij buiten eigen schuld of toedoen hun woonruimte moeten verlaten als gevolg van het overschrijden van de maximale huurgrens voor huurtoeslag indien gegeven het inkomen recht op huurtoeslag bestaat. Medische indicatie Ingezetenen van de regio, die in een om medische redenen (fysiek/psychisch) onhoudbare woonsituatie verkeren en om die reden een indicatie voor andere woonruimte hebben ontvangen, kunnen in aanmerking komen voor urgentie. Datzelfde geldt voor ingezetenen van de regio die te maken hebben met een als gevolg van de woonsituatie zeer progressief ziektebeeld. Indien in het kader van de Wet Voorzieningen Gehandicapten verhuizing wordt aanbevolen in verband met ergonomische belemmeringen door ernstige fysieke belemmeringen kan aan ingezetenen van de regio urgentie worden verleend, mits verhuizen naar oordeel van burgemeester en wethouders spoedeisend is en de goedkoopst adequate voorziening is. C.Volkshuisvestelijke indicatie Huurders en eigenaar-bewoners van woningen in de regio die in het belang van de volkshuisvesting of ter uitvoering van openbare werken in het algemeen belang, gesloopt of ingrijpend verbeterd moeten worden, kunnen in aanmerking komen voor urgentie. Burgemeester en wethouders kunnen bij afgifte van de urgentie als hierboven bedoeld bepalen dat betrokken bewoners na voltooiing van de werken eenmalig een vooraf te bepalen passend aanbod krijgen tot terugkeer in het ingrijpend verbeterde of nieuwgebouwde complex. Wanneer geen passend aanbod als bedoeld in paragraaf 2.3. kan worden geboden in het ingrijpend verbeterde dan wel nieuwgebouwde complex, kan eenmalig een passend aanbod tot terugkeer elders in de woonbuurt worden gedaan. D.Maatschappelijke indicatie Woningzoekenden die in verband met navolgende omstandigheden dringend woonruimte nodig hebben kunnen in aanmerking komen voor urgentie, het betreft hier: -personen die verblijven in een van gemeentewege erkend opvangtehuis in de regio of uit een van gemeentewege erkende hulp- en dienstverleningsinstellingen in de regio, over wie met betrekking tot toewijzing van woonruimte in regionaal of lokaal verband afspraken zijn gemaakt. Artikel 2.5.2 Aanvraag en besluitvorming tot urgentie De woningzoekende die meent voor een sociale of medische indicatie voor urgentie in aanmerking te komen, dient hiertoe een schriftelijke aanvraag in bij burgemeester en wethouders van de woongemeente. De aanvraag dient in ieder geval een motivering te bevatten, waarin wordt vermeld: de aard van de persoonlijke problematiek; de relatie van deze problematiek met de huidige woonsituatie en de argumentatie op grond waarvan verhuizing binnen een jaar absoluut noodzakelijk is. Bij een aanvraag om toekenning van een medische indicatie voor urgentie winnen burgemeester en wethouders advies in bij een door hen aan te wijzen medisch adviseur. Bij een aanvraag om toekenning van een sociale indicatie voor urgentie kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door een door hen aan te wijzen instantie. Een aanvraag kan voor één indicatiegrond worden ingediend. Een aanvraag om toekenning van een indicatie voor urgentie waarover in het verleden reeds is beslist, wordt alleen dan in behandeling genomen indien er sprake is van gewijzigde feiten en omstandigheden. a. De aanvraag voor een volkshuisvestelijke indicatie voor urgentie kan uitsluitend schriftelijk door de eigenaar van een woning bij burgemeester en wethouders worden ingediend. b.De aanvraag voor een maatschappelijke indicatie voor urgentie kan uitsluitend worden ingediend bij burgemeester en wethouders door (personen die verblijven in) een van gemeentewege erkend opvangtehuis in de regio of een van gemeentewege erkende hulp- en dienstverleningsinstellingen in de regio, waarover met betrekking tot de toewijzing van woonruimte in regionaal of lokaal verband afspraken zijn gemaakt. Artikel 2.5.3 Beperkte keuzemogelijkheid urgenten Bij urgentieverlening stellen burgemeester en wethouders een zoekprofiel vast. Urgent woningzoekenden met een sociale-, medische of maatschappelijke indicatie, kunnen met hun status "urgent" uitsluitend reageren op het regionale aanbod van passende flatwoningen vanaf de 1e verdieping. In geval van een medische indicatie kan hiervan worden afgeweken indien in het advies van de medisch adviseur als bedoeld in artikel 2.5.2 lid 2 uitdrukkelijk een ander woningtype wordt geadviseerd. Burgemeester en wethouders kunnen van het standaard regionale zoekprofiel als bedoeld in lid 2 afwijken, wanneer het belet dat de urgent woningzoekende lokaal een passende woning krijgt toegewezen, omdat in de lokale woningvoorraad bepaalde woningtypen ontbreken of naar verwachting niet binnen 6 maanden vrij voor verhuur komen en huisvesting in de woongemeente sociaal of maatschappelijk, noodzakelijk wordt geacht. In dit geval wordt door burgemeester en wethouders een tweede zoekprofiel vastgesteld, waarmee de urgent woningzoekende uitsluitend op het woningaanbod in de huidige woongemeente kan reageren. Urgent woningzoekenden met een volkshuisvestelijke indicatie, kunnen met hun status "urgent" reageren op het regionale woningaanbod die qua woningtype vergelijkbaar zijn met de huidige woning die gesloopt of ingrijpend verbeterd moet worden. Artikel 2.5.4 Intrekken urgentie Burgemeester en wethouders trekken een urgentieverklaring in, indien: niet langer aan de vereisten voor het verkrijgen van een urgentieverklaring wordt voldaan; de urgentieverklaring is verstrekt op grond van gegevens waarvan de woningzoekende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; de urgente in de eerste zes maanden na het verkrijgen van de urgentie niet zelf actief heeft gereageerd op aantoonbaar passend aanbod in de regionale woningkrant; de urgente eenmaal een naar het oordeel van burgemeester en wethouders passende woonruimte in de regio heeft aangeboden gekregen. Na het intrekken van een urgentieverklaring kan niet op grond van dezelfde omstandigheden opnieuw een urgentie worden aangevraagd. Paragraaf 2.6 Toewijzen van woonruimte Artikel 2.6.1 Aanbodsysteem voor de toewijzing van huurwoningen 1.Burgemeester en wethouders verlenen geregistreerde woningzoekenden medewerking bij het verkrijgen van zelfstandige woonruimte door middel van het aanbodsysteem. Vrijkomende woonruimte van verhuurders die deelnemen aan het aanbodsysteem wordt geplaatst in het advertentiemedium, met uitzondering van: woonruimte ten behoeve van verblijfsgerechtigden en statushouders; wisselwoningen en plankwoningen ten behoeve van tijdelijke huisvesting; woonruimte ten behoeve van te bemiddelen urgenten en ten behoeve van bijzondere categorieën woningzoekenden; afhankelijk van de lokale situatie of de situatie in de regio: woonruimte die als geheel met instemming van de eigenaar bestemd wordt of is voor bewoning door een woongroep; afhankelijk van de lokale situatie of de situatie in de regio: zelfstandige woonruimte die onderdeel uitmaakt van een groepswooncomplex, wat blijkt uit het gemeenschappelijk beheer van verblijfsruimte(n) en/of gemeenschappelijk gebruik van voorzieningen in het betreffende complex; afhankelijk van de lokale situatie of de situatie in de regio: standplaatsen voor woonwagens; afhankelijk van de lokale situatie of de situatie in de regio: gehandicaptenwoningen, woningen voor minder validen en seniorenwoningen met zorgvoorzieningen; afhankelijk van een overeenkomst als bedoeld in artikel 2.8.1, lid twee: woonruimte als onderdeel van Lokaal Maatwerk. Burgemeester en wethouders kunnen bijzondere categorieën woningzoekenden en woningzoekenden met een indicatie urgent door bemiddeling medewerking verlenen bij het verkrijgen van woonruimte, indien zij er niet in slagen binnen 6 maanden na afgifte urgentie op eigen initiatief passende woonruimte te vinden. Deze bemiddeling vindt binnen 12 maanden plaats nadat de urgentieverklaring is afgegeven. Het advertentiemedium verschijnt periodiek per gemeente dan wel per groep van gemeenten in de regio. Het advertentiemedium biedt inzicht in het aanbod van tenminste de woonruimte in beheer bij corporaties en waarvoor het vergunningenstelsel geldt, van de gemeente of van de groep van gemeenten in de regio. Het advertentiemedium moet tijdig voor alle geïnteresseerde woningzoekenden in de regio verkrijgbaar zijn. Ter bepaling van de volgorde worden alle belangstellende woningzoekenden op datum van inschrijving gerangschikt. De woning wordt voor verhuring aangeboden op volgorde van anciënniteit. a Woningzoekenden met de status "urgent" hebben - in afwijking van het bepaalde in het vorige lid - voorrang boven alle andere kandidaten, indien de woonruimte past binnen het door burgemeester en wethouders voor de urgente vastgestelde zoekprofiel en zij hebben gereageerd binnen de zoektermijn. b De volgorde van toewijzing tussen urgenten wordt op basis van anciënniteit bepaald door de datum van de verlening van de urgentie c In afwijking van lid zes onder a, kunnen burgemeester en wethouders met instemming van de eigenaar van woonruimte, in het advertentiemedium woonruimte aanwijzen, waarop de status "urgent", niet geldig is. Alleen de reactie van de woningzoekende die voldoet aan de voorwaarden die gelden voor de desbetreffende woning, wordt in behandeling genomen. De woningzoekende mag per uitgave van het advertentiemedium op maximaal vier advertenties reageren. Bij meer dan het vastgestelde aantal reacties per uitgave, wordt het maximale aantal reacties in behandeling genomen van de desbetreffende woningzoekende. Indien een advertentie tot een toewijzing leidt, wordt daarvan in het advertentiemedium binnen veertien dagen na ingang van de contractueel overeengekomen eerste bewoningsdatum mededeling gedaan. Ook van toewijzingen van woningen op grond van het derde lid van dit artikel wordt in het advertentiemedium binnen veertien dagen na ingang van de contractueel overeengekomen eerste bewoningsdatum mededeling gedaan in het advertentiemedium. Artikel 2.6.2 Toewijzing van koopwoningen 1.Bij het verkopen van nieuwe koopwoningen gaan doorstromers voor op overige woningzoekenden met een binding aan de provincie. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten de mate van voorrang afhankelijk te stellen van de prijsklasse waarin de huurwoning van de potentiële doorstromer zich bevindt. Hierbij verdient het aanbeveling aan te sluiten bij de bij ministeriële regeling bepaalde prijsgrenzen voor de afbakening van de goedkope, de betaalbare en de bereikbare huurwoningenvoorraad. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een deel van het aanbod te reserveren voor starters of overige woningzoekenden. a. Bij de verkoop van nieuwbouw koopwoningen met een koopsom tot € 133.725 (peildatum 1 juli 2005) gaan huishoudens met een inkomen tot € 36.000 (peildatum 1 januari 2006) voor op huishoudens met een hoger inkomen. Hierbij wordt uitgegaan van het laatst bekende inkomen van het huishouden, zoals gedefinieerd in art. 1.1 lid 19; Burgemeester en wethouders passen jaarlijks het hierboven genoemde bedrag van € 133.725 aan, aan het voor het komende kalenderjaar geldende maximum voor het in eigendom verkrijgen van een sociale koopwoning. Burgemeester en wethouders verhogen het hierboven genoemde bedrag van € 36.000 jaarlijks met hetzelfde percentage als de door het Rijk bepaalde ophoging van de 'inkomensgrenzen voor de doelgroep'. De in lid 2 bij a en b genoemde koopsom wordt periodiek aangepast aan het voor dat kalenderjaar geldende, door het rijk vastgestelde maximumbedrag voor het in eigendom verkrijgen van een sociale-koopwoning. Bij de selectie van belangstellende kandidaten gelden als toelaatbare criteria: bij woningen bestemd voor doorstromers: de woningzoekende met de oudste datum van eerste bewoning gaat voor; bij woningen bestemd voor starters of overige woningzoekenden geldt als toelaatbaar criterium: inschrijfduur in lokaal of regionaal register als bedoeld in paragraaf 2.4.1. lid 1, woonduur, leeftijd dan wel loting. Nieuwbouw koopwoningen moeten in ieder geval voor verkoop worden aangeboden in het advertentiemedium als bedoeld in artikel 2.6.1. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat tegelijkertijd het aanbod via andere advertentiemedia bekend wordt gemaakt. Paragraaf 2.7 Standplaatsen voor een woonwagen Artikel 2.7.1 Register van standplaatszoekenden Met inachtneming van de inschrijvingseisen van artikel 2.4.1 lid 2 houden burgemeester en wethouders een register bij van standplaatszoekenden, waarop de standplaatszoekenden in de volgorde als aangegeven in artikel 2.7.2 worden genoteerd. De standplaatszoekenden ontvangen van hun inschrijving bericht. Ter aanvulling op het bepaalde in artikel 2.4.4 lid 3, vervalt de inschrijving als standplaatszoekende ook indien: de standplaatszoekende een standplaats of een woning in Nederland krijgt toegewezen en deze accepteert; de standplaatszoekende tweemaal een standplaats door burgemeester en wethouders is toegewezen en deze beide malen door de aanvrager is geweigerd om naar het oordeel van burgemeester en wethouders ongegronde redenen. Artikel 2.7.2 Toewijzing van standplaatsen 1.Burgemeester en wethouders wijzen alleen een standplaats toe aan een standplaatszoekende die ingeschreven staat als bedoeld in artikel 2.7.1 lid 1. Binnen het bepaalde in lid 1 geldt voor ingeschreven woningzoekenden de volgende rangorde bij toewijzing: standplaatszoekenden worden afnemend gerangschikt op de registratieduur van de standplaatszoekende; in afwijking van het gestelde in lid 2 a kan voorrang worden verleend aan urgent standplaatszoekenden met een volkshuisvestelijke indicatie. Artikel 2.7.3 Vergunning 1.Ter aanvulling op het bepaalde in artikel 2.2.3 wordt voor een standplaats voor een woonwagen een huisvestingsvergunning verleend, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: de standplaatszoekende neemt in het in artikel 2.7.1 genoemde register de bovenste plaats in, of de boven hem staande standplaatszoekenden willen niet in aanmerking komen voor de standplaats; voor het plaatsen van de woonwagen op de standplaats is aan de huurder een bouwvergunning verleend op grond van de Woningwet. Paragraaf 2.3 blijft in geval van standplaatszoekenden buiten toepassing. Paragraaf 2.8 Organisatie en bevoegdheden Artikel 2.8.1 Overeenkomsten Burgemeester en wethouders kunnen met besturen van woningcorporaties een overeenkomst sluiten waarin afspraken worden neergelegd over de wijze waarop de samenwerking op het terrein van de woonruimteverdeling gestalte wordt gegeven. Burgemeester en wethouders kunnen ook met andere marktpartijen overeenkomsten afsluiten over samenwerking bij woonruimteverdeling. Door middel van Lokaal Maatwerk kunnen burgemeester en wethouders met eigenaren of groep van eigenaren van woonruimte, een overeenkomst sluiten waarin afspraken worden neergelegd over de wijze van toewijzing. De overeenkomst kan in de plaats treden van het geheel of delen van deze verordening, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan Lokaal Maatwerk is toegestaan op maximaal 30% van het vrijkomende aanbod van woonruimte onder de huur- en koopprijsgrens in de gemeente, gemiddeld over de 3 voorgaande jaren. Lokaal Maatwerk heeft betrekking op: de verhouding inkomen – huur; aanvullende toelatingseisen op complexniveau bij beheerproblemen; een ander toewijzingssysteem dan het aanbodmodel; gerichte doorstroming met voorrang voor woningzoekenden die specifieke woonruimte achterlaten; de voorrangsregeling voor specifieke doelgroepen van beleid; de regeling Huur – Direct en de regeling Experimenten de voorrangsregeling voor gemeenten met beperkte bouwmogelijkheden De nadere uitwerking van lid 2b is opgenomen in Bijlage 1, Artikelsgewijze Toelichting, van deze verordening. Burgemeester en wethouders rapporteren jaarlijks binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar aan het Samenwerkingsverband Utrecht-West over het gebruik van het maatwerkartikel. De huisvesting van statushouders valt buiten lokaal maatwerk Artikel 2.8.2 Mandatering Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de uitoefening van hun bevoegdheden krachtens hoofdstuk 2 te mandateren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel