Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Opdrachtverlening accountantscontrole

Onderdeel van Verordening accountantscontrole Bloemendaal 2009

1.. De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door de raad te benoemen accountant. De benoeming van de accountant geschiedt voor een periode van ten minste 3 jaar met een mogelijkheid tot verlenging van één of twee jaar. 2.. Het college bereidt in overleg met de raad de aanbesteding van de accountantscontrole voor. 3.. De raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het programma van eisen vast. In het programma van eisen worden voor de jaarlijkse accountantscontrole opgenomen: de toe te passen goedkeurings- en rapporteringstoleranties bij de controle van de jaarrekening; de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen; de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse controles; de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse rapportering; en voor ieder afzonderlijk te controleren begrotingsjaar: kan van bovenstaande in lid 3.a, b en c worden afgeweken en worden jaarlijks afspraken gemaakt in het accountantsprotocol bij de jaarrekening 4.. De raad kan in het programma van eisen opnemen, dat de raad jaarlijks voorafgaand aan de accountantscontrole in overleg met de accountant vaststelt aan welke posten van de jaarrekening, de posten van de deelverantwoordingen, de gemeentelijke producten en de gemeentelijke organisatieonderdelen, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden en welke rapporteringstoleranties hij daarbij dient te hanteren 5.. In geval van Europese aanbesteding van de accountantscontrole stelt de raad voor de selectie van de accountant de selectiecriteria vast en per selectiecriterium de bijbehorende weging vast.

Rechtspraak bij dit artikel